Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 2.5.4

Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten

Onderdeel van Bouwverordening 2003

1.. Tussen een toegang van enerzijds: een andere woonfunctie als bedoeld in art. 4.16 van het Bouwbesluit; een gebruiksfunctie met een al dan niet gemeenschappelijke toegankelijkheidssector als bedoeld in art. 4.3 van het Bouwbesluit, en anderzijds de openbare weg moet een mede voor gehandicapten begaanbare weg of begaanbaar pad aanwezig zijn. 2.. Voor de in het eerste lid bedoelde wegen en paden geldt dat zij: behoudens voor een andere woonfunctie, ten minste 1,10 m breed moeten zijn, geen kleinere vrije doorgang mogen hebben dan 0,85 m, ten hoogste een hoogteverschil mogen overbruggen van 0,02 m, tenzij dit plaatsvindt door middel van een hellingbaan die voldoet aan het bepaalde in  de artikelen 2.39, 2.40 en 2.41 van het Bouwbesluit, en een vrije hoogte van ten minste 2,10 m moeten hebben.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel