Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4.12

Gereedmelding van (onderdelen van) bouwwerkzaamheden

Onderdeel van Bouwverordening 2003

1.. Van het gereedkomen van: putten en van grond- en huisaansluitleidingen van de riolering, alsmede van leidingdoorvoeren en mantelbuizen door wanden en vloeren beneden straatpeil; de thermische isolatie in de spouw van wanden, alsmede van de thermische isolatie in ander besloten constructies, moet het bouwtoezicht onmiddellijk in kennis worden gesteld. 2.. Onderdelen van het bouwwerk waarop het eerste lid betrekking heeft, mogen niet zonder toestemming van het bouwtoezicht aan het oog worden onttrokken gedurende twee dagen na het tijdstip van kennisgeving. 3.. Het bepaalde in het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op die onderdelen van het bouwwerk waarvoor in de aan de omgevingsvergunning voor het bouwen verbonden voorwaarden een plicht tot kennisgeving van voltooiing is bepaald. 4.. Uiterlijk op de dag van beëindiging van de werkzaamheden waarop de omgevingsvergunning voor het bouwen betrekking heeft, wordt het einde van die werkzaamheden bij het bouwtoezicht gemeld. 5.. Van het gereedkomen van de werkzaamheden ingevolge een aanschrijving moet het bouwtoezicht onmiddellijk na de voltooiing in kennis worden gesteld ter voldoening aan het bepaalde in art. 28, vierde en vijfde lid, van de Woningwet. 6.. De in dit artikel bedoelde kennisgevingen moeten, indien het bouwtoezicht dit verlangt, schriftelijk geschieden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel