In deze verordening wordt verstaan onder:
raad: raad van de gemeente Amsterdam;
college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam;
wet: Wet inburgering;
Marktpleinen: de publieksgebouwen waarin de Dienst Werk en Inkomen (DWI), het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) en het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) in Amsterdam samenwerken;
inburgeraar: eenieder die de Nederlandse taal onvoldoende beheerst of onvoldoende kennis heeft van de samenleving om zelfstandig te kunnen functioneren in de Nederlandse samenleving;
zelfstandige-inburgeringsplichtigen: inburgeringsplichtigen die niet tot de in artikel 19, eerste en tweede lid, van de wet genoemde bijzondere groepen horen;
inburgeringsvoorziening: het wettelijk omschreven opleidings- en educatietraject dat ingevolge artikel 19 van de wet door het college aan een inburgergeringsplichtige wordt aangeboden;
inburgeringstraject: inburgeringsvoorziening, alsmede de overige opleidings- en educatietrajecten die door het college aan inburgeraars worden aangeboden op grond van zijn beleid ‘Niemand aan de kant’;
inburgeringsaanbod: het schriftelijke document waarin een inburgeringstraject wordt aangeboden en waarin de bijbehorende rechten en plichten zijn opgenomen;
inburgeringscentrum: door elk stadsdeel ingerichte voorziening voor werving, informatie, advies en klantmanagement van inburgeraars;
klantmanager: functionaris die voor of namens de gemeente de individuele regie over de inburgeringsvoorziening van de inburgeraar voert;
service unit: de door de gemeente ingerichte projectorganisatie belast met de uitvoering van het inburgeringsbeleid;
norminkomen: het norminkomen zoals genoemd in artikel 14 van de Wet op de huurtoeslag.