Als het aantal inburgeraars dat voor een inburgeringsaanbod in aanmerking komt op een bepaald moment groter blijkt te zijn dan de capaciteit, hanteert het college de volgende prioritering:
inburgeringsplichtigen, als bedoeld in artikel 19 van de wet, eerste lid;
overige inburgeraars die op het moment van de inwerkingtreding van de wet al een inburgeringsvoorziening volgen onder de
1° Wet inburgering nieuwkomers,
2° de Oudkomersregeling 2006 en voorgangers,
3° het programma Taal Werkt! van de gemeente Amsterdam of
4° de Wet educatie en beroepsvorming,
maar bij afronding nog niet het niveau van het inburgeringsexamen hebben gehaald;
overige inburgeraars in de leeftijd tussen 23 en 57 jaar, die zich hebben aangemeld op eigen initiatief en van wie het gezinsinkomen op het moment van de aanvraag minder bedraagt dan het norminkomen;
andere inburgeraars dan bedoeld onder de onderdelen a, b en c.