Naar hoofdinhoud

Artikel 8.

Uitoefening bevoegdheden

Onderdeel van Verordening voor de behandeling van bezwaarschriften gemeente Soest

1.. Indien het bezwaarschrift aan de commissie wordt voorgelegd, worden de bevoegdheden ingevolge de hierna te noemen artikelen van de Awb, voor de toepassing van deze verordening, zelfstandig uitgeoefend door de voorzitter: verzoeken om een schriftelijke machtiging aan een gemachtigde (artikel 2:1, tweede lid, van de Awb); stellen van een termijn aan de bezwaarmaker (artikel 6:6 van de Awb); verzenden van stukken tijdens de behandeling door de commissie (artikel 6:17 van de Awb); ter inzage leggen van het bezwaarschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken, dan wel toezenden daarvan aan een belanghebbende (artikel 7:4, tweede lid, van de Awb); het organiseren van de hoorzitting, het vaststellen van de plaats en het tijdstip van de hoorzitting (artikel 7:4, derde lid, van de Awb); als de termijn van twaalf weken als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid, van de Awb naar verwachting ontoereikend is voor het tijdig nemen van een beslissing op het bezwaar, de beslissing op bezwaar voor ten hoogste zes weken te verdagen (artikel 7:10, derde lid, van de Awb); verder uitstel van de beslissing op bezwaar verlenen voor zover alle belanghebbenden daarmee instemmen, of de indiener van het bezwaarschrift daarmee instemt en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad, of dit nodig is in verband met de naleving van wettelijke procedurevoorschriften (artikel 7:10, vierde lid, van de Awb); het schriftelijk mededeling doen aan belanghebbenden van het toepassing geven aan artikel 7:10, tweede, derde of vierde lid, van de Awb (artikel 7:10, vijfde lid, van de Awb); het zo spoedig mogelijk mededelen aan de indiener van het bezwaarschrift dat een commissie over het bezwaar zal adviseren (artikel 7:13, tweede lid, van de Awb); het al dan niet op verzoek van een belanghebbende afzien van het op de hoogte stellen van het verhandelde tijdens een hoorzitting van een andere belanghebbende, voor zover geheimhouding om gewichtige reden is geboden (artikel 7:6, vierde lid, van de Awb). 2.. De voorzitter mandateert deze bevoegdheden, met uitzondering van de bevoegdheid in het eerste lid onder j, aan de secretaris of de ondersteuner van het secretariaat van de commissie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel