Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.2

Uitgangspunten rondom bestaande milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s

Onderdeel van Programma Externe veiligheid gemeente Cranendonck

3.2.1Vervoer van gevaarlijke stoffen Een bijzonder aandachtspunt in het kader van de gebiedsgerichte aanpak is de aanwezigheid van infrastructuur waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Deze vervoersassen zijn niet als een afgebakend gebied te beschouwen omdat ze verschillende gebieden doorsnijden. Denk bijvoorbeeld aan woonwijken, buitengebieden en bedrijventerreinen. Hierdoor wordt het lastig om uniforme eisen te verbinden aan de mogelijkheid om ontwikkelingen te laten plaatsvinden in de nabijheid van diezelfde infrastructuur. Gebieden die als ‘risicovolle infrastructuur’ worden beschouwd, betreffen locaties die binnen het aandachtsgebied van een rijksweg, een spoortraject of een ondergrondse buisleiding vallen. In de gemeente Cranendonck zijn dit bijvoorbeeld de gebieden rond Rijksweg A2, het spoortraject Eindhoven-Weert en ook de gebieden rond de ondergrondse buisleidingen waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd. De risico’s die hieruit voortvloeien hebben betrekking op het transport van gevaarlijke stoffen. Op de aard en omvang hiervan heeft de gemeente weinig invloed. Daarom kiest de gemeente Cranendonck om de omgang met deze risico’s te verbinden aan de voorwaarden van de gebiedstypes uit hoofdstuk 4. In hoofdstuk 4 wordt een omschrijving van de gebiedstypen gegeven en worden de consequenties voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico besproken. In het kader van het vliegveld Kempen Airport zal rekening gehouden moeten worden met de ruimtelijke restricties zoals zijn opgenomen in de Verordening luchthavenbesluit luchthaven Budel d.d. 15 juni 2018 van de Provincie Noord-Brabant. 3.2.2Milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s (risicovolle bedrijven) Voor bestaande MBA’s met externe veiligheidsrisico’s geldt dat de risicocontouren zoveel mogelijk worden beperkt om inefficiënt ruimtegebruik tegen te gaan. Dit wordt gedaan door een gerichte inzet van Best Beschikbare Technieken (BBT), waarbij de PR 10-6 contour (zoveel mogelijk) wordt teruggebracht binnen de eigen perceelgrenzen. Hiermee worden beperkingen voor de aangrenzende percelen opgeheven. In het inrichten van de gebiedstypes is bewust de keuze gemaakt om bedrijventerreinen op te splitsen. Hierbij worden de (delen) bedrijventerreinen dichtbij en rondom woonkernen uitgesloten voor het realiseren van nieuwe activiteiten met externe veiligheidsrisico’s. Daarbij worden (delen van) bedrijventerrein waarbij de afstand (acceptabel) groter is wel ingericht om MBA’s met externe veiligheidsrisico’s, mits voldoende veilig, toe te staan 3.2.3Hogedruk aardgasleidingen De gemeente Cranendonck wordt doorsneden door meerdere hogedruk aardgasleidingen (Z-leiding). Daarnaast is er ook een productleiding waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd (PPS-leiding). Het maatgevend scenario voor aardgastransportleidingen is een fakkelbrand en/of explosie als gevolg van breuk van de leiding (door een externe oorzaak, bijvoorbeeld graafwerkzaamheden). Afhankelijk van de leidingdiameter en gasdruk kan er een fakkel ontstaan van 60 meter tot enkele honderden meters hoog. Door de Gasunie zijn op basis van dit mogelijke scenario de effectafstanden voor verschillende leidingdiameters en drukken bepaald (Scenarioboek externe veiligheid). Bij het realiseren van nieuwe (beperkt) kwetsbare gebouwen of locaties in aandachtsgebieden van aardgasbuisleidingen moet door middel van het verantwoordingskader uit hoofdstuk 5 blijken welke maatregelen er getroffen dienen te worden. Nieuwe zeer kwetsbare gebouwen worden op voorhand uitgesloten binnen brand- en explosieaandachtsgebieden (zie 3.4).

Rechtspraak bij dit artikel