Beleidskeuzes voor Bedrijventerrein Intensief
Nieuwe activiteiten en uitbreiding van bestaande activiteiten met externe veiligheidsrisico’s
Nieuwe gebouwen en locaties buiten (brand- of explosie) aandachtsgebieden
Nieuwe gebouwen en locaties binnen (brand- of explosie) aandachtsgebieden
Met externe veiligheidsrisico’s
Seveso-inrichtingen
Zeer kwetsbare gebouwen
Kwetsbare gebouwen en locaties
Beperkt kwetsbare gebouwen en locaties
Zeer kwetsbare gebouwen
Kwetsbare gebouwen en locaties
Beperkt kwetsbare gebouwen en locaties
Ja, mits
Nee, tenzij
Niet toegestaan
Niet toegestaan
Ja
Niet toegestaan
Niet toegestaan
Ja, mits
Nieuwe en uitbreiding van MBA’s met externe veiligheidsrisico’s met brand- en/of explosieaandachtsgebieden niet over risicoluwgebied
De PR 10-6 contour binnen de eigen perceelgrens, dan wel over locaties waar geen BKWG,KWG,ZKWG en BKWL en KWL zijn toegestaan/gevestigd
Toegestaan indien het de uitbreiding van een bestaande Seveso-inrichting betreft.
De PR 10-6 contour binnen de eigen perceelgrens, dan wel over locaties waar geen BKG,KG,ZKG en BKL en KL zijn toegestaan/gevestigd.
Uitbreiding MBA’s met externe veiligheidsrisico’s met brand- en/of explosieaandachtsgebieden ligt niet over risicoluwgebied.
Er een passende bescherming wordt gerealiseerd op basis van het verantwoordingskader.
Bedrijventerrein Intensief zijn binnen de gemeente Cranendonck, gezien vanuit het oogpunt van externe veiligheid, aangewezen voor de vestiging van MBA’s met externe veiligheidsrisico’s. Hier mogen bedrijven zich vestigen die werken met gevaarlijke stoffen of andere activiteiten die aangewezen staan in bijlage VII van het Bkl. Deze MBA’s met externe veiligheidsrisico’s kennen vaak een PR 10-6 -contour en ook een of meerdere aandachtsgebieden. Via het vergunningenstelsel worden de plaatsgebonden risicocontouren beperkt en vervolgens vastgelegd om de ruimte op de industrieterreinen zo goed mogelijk te kunnen benutten. Binnen dit gebiedstype mogen zowel bestaande (risicovolle) activiteiten uitbreiden en ook mogen hier eveneens nieuwe MBA’s met externe veiligheidsrisico’s zich vestigen. Clustering van risicobedrijven ligt daarom voor de hand. Voor bestaande Seveso-inrichtingen geldt dat zij mogen uitbreiden met een aantal voorwaarden (zie tabel). Nieuwe Seveso-inrichtingen zijn niet toegestaan binnen dit gebiedstype.
Bestaande bedrijfswoningen blijven gehandhaafd. Ook zijn nieuwe woningen of andere kwetsbare gebouwen niet toegestaan. Nieuwe zeer kwetsbare gebouwen zijn niet toegestaan. Door MBA’s met externe veiligheidsrisico’s binnen dit gebiedstype te concentreren wordt zoveel mogelijk voorkomen dat op meer plaatsen binnen de gemeente met grens- en richtwaarden rekening moet worden gehouden. Hierdoor is de kans dat er (zeer) kwetsbare gebouwen binnen aandachtsgebieden komen te liggen zo klein mogelijk. Mede daarom wordt vestiging nabij risicovolle infrastructuur ook zoveel mogelijk gestimuleerd. Om de grotere risico’s als gevolg van clustering te verantwoorden, wordt de omgeving actief geïnformeerd over de risico’s. Hulpdiensten richten zich voor deze gebieden op de optimalisatie van rampenbestrijdingsplannen. Goede voorzieningen, zoals bereikbaarheid, ontsluiting en bluswatervoorzieningen zijn hierbij volledig uitgewerkt en up-to-date. Bij het realiseren van nieuwe MBA’s met externe veiligheidsrisico’s dient ook binnen dit gebiedstype het verantwoordingskader uit hoofdstuk 5 doorlopen te worden.
4.2.1LPG-tankstations/Waterstof-stations
De vestiging van nieuwe LPG-tankstations in op het bedrijventerrein intensief wordt toegestaan. Deze industriële activiteiten van dergelijke inrichtingen hangen vaak nauw samen met de ligging van de doorgaande wegen in Cranendonck. Bovendien is het uit oogpunt van externe veiligheid verstandig om nieuwe LPG-tankstations zoveel mogelijk buiten bebouwde gebieden te vestigen. Dit geldt ook voor Waterstof-stations, die mogelijk door de energietransitie ook haar intrede kunnen maken binnen de gemeente Cranendonck. Locaties die ingericht zijn voor het afleveren van LPG zijn in de toekomst uitermate geschikt voor het afleveren van risicovolle brandstoffen, zoals bijvoorbeeld waterstof of een combinatie van verschillende brandstoffen (zoals voorkomt bij multifuel-tankstations), door de historisch gecreëerd afstand tussen kwetsbare gebouwen en de MBA met externe veiligheidsrisico’s
Hoofdstuk 4
Artikel 4.2
Bedrijventerrein Intensief
Onderdeel van Programma Externe veiligheid gemeente Cranendonck