Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.4

Artikel 6.4.1

Algemene voorzieningen of een collectief vervoerssysteem gaan voor op een maatwerkvoorziening.

Onderdeel van Beleidsregel Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht 2025

Bij de vaststelling van het meest geschikte vervoermiddel wordt rekening gehouden met de persoonskenmerken en vervoersbehoefte van de cliënt. Er wordt geen onbeperkte kosteloze vervoermogelijkheid aangeboden. Immers ook een persoon zonder beperkingen moet vervoerkosten maken. Het uitgangspunt bij een maatwerkvoorziening in de vorm van een Regiotaxipas is de feitelijke vervoersbehoefte, die gemaximeerd wordt op de bandbreedte van 1500 – 2000 km per jaar. Deze bandbreedte vloeit voort uit rechtspraak onder de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) en is door Centrale raad van beroep (CRvB) bekrachtigd voor de Wmo in 2012. Van deze bandbreedte kan worden afgeweken indien het noodzakelijk is om de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie van betrokkene op een aanvaardbaar niveau te brengen en er geen andere oplossingen beschikbaar zijn. De Regiotaxipas is uitsluitend bedoeld voor sociaal-recreatief vervoer. Als er na het optreden van beperkingen geen sprake is van een andere situatie op vervoersgebied dan daarvoor, (men heeft bijvoorbeeld al een auto en is gewend daarmee in de vervoersbehoefte te voorzien) dan is er geen noodzaak tot het bieden van een oplossing. Dat kan anders zijn indien door het optreden van de beperkingen ook het inkomen daalt. Om voor een maatwerkvoorziening in aanmerking te komen zal het college eerst nagaan of in het gesprek alle mogelijke alternatieven al zijn beoordeeld. Ook algemeen gebruikelijke voorzieningen kunnen een oplossing zijn, denk aan een fiets met trapondersteuning.

Rechtspraak bij dit artikel