Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.7

Artikel 6.7.1

Afwegingskader dagbegeleiding

Onderdeel van Beleidsregel Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht 2025

Om te bepalen of er noodzaak bestaat voor ondersteuning in de vorm van dagbegeleiding wordt in elk geval afgewogen wat de aanleiding is dat betrokkene niet in staat is om zijn of haar eigen dagstructuur vorm te geven. Daarbij wordt onderzocht in hoeverre betrokkene een begeleide en gestructureerde omgeving nodig heeft als gevolg van ernstige beperkingen in de zelfredzaamheid (cognitief en/of fysiek). Afgewogen wordt of de algemene voorziening dagondersteuning tot voldoende resultaat kan leiden. Ook dient duidelijk te zijn dat belanghebbende niet deel kan nemen aan Arbeidsmatige activering, omdat hij/zijn niet (meer) beschikt of kan bijdragen aan het collectief inverdienvermogen. Onderzocht wordt of er recht bestaat of kan bestaan op zorg op grond van de Wlz. Als dat niet tot een oplossing leidt kan aanspraak bestaan op de voorziening dagbegeleiding. Elementen die in elk geval bij de weging worden betrokken zijn: Er is sprake van ernstige beperkingen in zelfredzaamheid (cognitief en/of fysiek), waardoor de cliënt niet in staat is om zijn of haar eigen dagstructuur vorm te geven. Betrokkene heeft geen mogelijkheden om, samen met anderen, een product of dienst te leveren. Cliënt heeft onvoldoende eigen netwerk of het netwerk en de mantelzorger zijn niet in staat om gedurende de volledige week beperkingen in de zelfredzaamheid te compenseren. Cliënt heeft onvoldoende eigen mogelijkheden om maatschappelijke te participeren. Cliënt neemt zelf geen initiatief meer om naar andere voorzieningen zoals dagondersteuning te gaan of trekt zich terug binnen de groep, terwijl er wel continuïteit in ondersteuning is vereist; cliënt wordt gemeden binnen de groep en/of werkt verstorend in de groep; de problematiek vraagt om professioneel toezicht. Cliënt komt niet in aanmerking voor een Wlz-indicatie. Hierbij wordt zowel de hulpvraag van de cliënt als de overbelasting van de mantelzorger gewogen. Indien cliënt ook sociaal medische hulpverlening krijgt, vindt overleg met deze hulpverlener(s) plaats. De informatie van bijvoorbeeld huisarts, wijkverpleegkundige, thuiszorg, geriater en/of dementieconsulent, wordt betrokken bij de afweging. Het resultaat dat met de voorziening dagbegeleiding behaald kan worden is het structureel deelnemen aan groepsactiviteiten op vaste tijden. De activiteiten zelf sluiten aan bij de belangstelling van betrokkenen en gaan uit van het betrekken van de cliënt. Deze activiteiten dragen op individueel niveau bij aan het: bevorderen, behouden of compenseren van de zelfredzaamheid of het verminderen van de snelheid waarmee de zelfredzaamheid afneemt; voorkomen van sociaal isolement; het gevoel van eigenwaarde, gezondheid, welbevinden en kwaliteit van leven. De cliënt is vrij in de keuze van de door de gemeente gecontracteerde aanbieders, waarbij de dichtstbijzijnde geschikte locatie de voorkeur heeft. Het kan voorkomen dat er niet altijd direct plaats of dat uitbreiding van het aantal dagdelen op de gekozen locatie niet mogelijk is, omdat de locatie vol zit. Hierover maken de cliënt of mantelzorger en de aanbieder afspraken.

Rechtspraak bij dit artikel