Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7

Vrijstellingen

Onderdeel van Binnenhavengeldverordening Beroepsvaart 2011

Binnenhavengeld Beroepsvaart wordt niet geheven ter zake van het gebruik: waarvoor zeehavengeld of geld uit anderen hoofde aan de gemeente verschuldigd is; met een schip dat uitsluitend de gemeente aandoet voor het in de haven dokken, het bij een door de havendienst erkende scheepsreparatie-inrichting herstellen, het voor de eerste maal vaarklaar maken, het stellen van kompassen en het ontschepen van doden, mits: 1° het gebruik niet langer duurt dan voor een en ander noodzakelijk is en de duur van twee maanden niet te boven gaat, en 2° vooraf van het voornemen tot en onmiddellijk na afloop van de handelingen of werkzaamheden aan de gemeenteambtenaren, belast met de heffing of de invordering van gemeentelijke belastingen, wordt kennis gegeven; de laatste kennisgeving dient in geval van reparatie vergezeld te gaan van een door de beheerder van de betrokken scheepsreparatie-inrichting afgegeven schriftelijke en gespecificeerde verklaring die de inhoud van de kennisgeving bevestigt; met een vaartuig in directe dienst van de gemeente; met een vaartuig in directe dienst van het rijk of de provincie, mits geen personen of goederen bedrijfsmatig worden vervoerd; met een reddingsboot van de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij; met een opleidingsschip voor de Rijn- of binnenvaart of de marine of de koopvaardij, uitsluitend als zodanig in gebruik; met een vaartuig dat zonder te laden of te lossen voor een nacht voor anker ligt op een door de gemeenteambtenaar, belast met de heffing of de invordering van gemeentelijke belastingen, aangewezen vrije ankerplaats; met een tot de inventaris van een schip behorend werkvlot met een oppervlakte van niet meer dan 1 m2 of met een roeiboot, al dan niet met aanhangmotor, behorende bij een schip en uitsluitend in gebruik tot onmiddellijke scheepsdienst of tot het overbrengen van opvarenden; met een vaartuig dat uitsluitend over het IJ de gemeente ononderbroken doorvaart zonder te lossen, te laden, aan te leggen aan kaden, wallen of steigers of gebruik te maken van enig ten gerieve van de scheepvaart dienend, door de gemeente aangelegd of onderhouden kunstwerk. Onder laden wordt voor de toepassing van dit artikel niet begrepen het laden van drinkwater dan wel voorraden voor eigen gebruik, mits dit laden geschiedt aan waterlaadstations aan het IJ, aan een op een vaste plaats gemeerd liggend drijvend bunkerstation op het IJ dan wel op een door de gemeenteambtenaar, belast met de heffing of de invordering van gemeentelijke belastingen, aangewezen vrije ankerplaats dan wel varend over het IJ; met een binnenschip dat uitsluitend in het kader van het Vaar- en Rusttijdenbesluit ligplaats inneemt aan de Surinamekade en/of de Sumatrakade, voor een periode van tien aaneengesloten uren, mits de schipper hiervan vooraf melding heeft gedaan bij de havendienst; met door een duwboot voortbewogen duwbakken, dan wel een gekoppeld samenstel, voor de duur van het ontkoppelen en koppelen van een of meer daartoe behorende duwbakken die onmiddellijk daarna naar hun bestemming buiten Amsterdam worden gebracht, met een maximum van twee aaneengesloten uren, mits de schipper van de duwboot hiervan vooraf melding heeft gedaan bij de havendienst. Dit geldt uitsluitend voor de locatie: monding van de Westhaven (ADM-haven); met een binnenschip voor de duur van het aan c.q. van boord zetten van een auto op de daarvoor bestemde auto-afzetplaatsen (aangegeven met een bord met de tekst "auto-afzetplaats"), met een maximum van twee aaneengesloten uren, mits de schipper hiervan vooraf melding heeft gedaan bij de havendienst; met een vrachtschip dat via de rijkswateren en het IJ de gemeente is binnengekomen en direct ligplaats heeft ingenomen aan het deel van de Houthaven dat gelegen is ten westen van de pontsteiger en ten oosten van de Haparandadam dan wel aan de Surinamekade of de Sumatrakade, een en ander onder de navolgende voorwaarden: - dat de schipper de gemeente uitsluitend bezoekt om het weekeinde door te brengen; - dat van deze ligplaats slechts gebruik wordt gemaakt tussen vrijdag 15.00 uur en de daaropvolgende maandag 09.00 uur, alsmede op de volgende feestdagen: nieuwjaarsdag, tweede paasdag, Koninginnedag, Hemelvaartsdag, tweede pinksterdag en de beide kerstdagen, in welk geval de onderhavige vrijstelling met 24 c.q. 48 uur wordt verlengd tot de dag, volgend op een of meer van genoemde feestdagen om 09.00 uur.

Rechtspraak bij dit artikel