Het onderzoek naar nabestaanden strekt zich in beginsel niet verder uit dan tot en met de tweede graad van bloedverwantschap.
Er wordt eerst nagegaan of er nabestaanden zijn, voordat de gemeente een taak heeft.
Om te bepalen welke nabestaanden het eerst in beeld komen, wordt bij de erfrechtelijke rangorde aangesloten (zie artikel 4:10-12 BW). Het onderzoek naar de nabestaanden strekt zich in beginsel niet verder uit dan tot en met de tweede graad van bloedverwantschap. Dit betreft de echtgenoot/echtgenote en de kinderen van de overledene (1e graad) en de ouders en (half) broers en zussen van de overledene (2e graad).
Artikel 3
Onderzoek naar nabestaanden
Onderdeel van Beleidsuitgangspunten Uitvaart in opdracht van de gemeente