Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans;
mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto’s, toercaravans, en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen;
toeristische plaats: terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een jaar of seizoen plaatsen van steeds wisselende mobiele kampeeronderkomens;
kampeerterrein: terrein of terreingedeelte, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van mobiele onderkomens en/of vakantieonderkomens geheel of nagenoeg geheel ten behoeve van recreatief nachtverblijf;
georganiseerde jeugdbeweging: een vereniging of andere organisatie met een doelstelling van sociale, culturele, educatieve of wetenschappelijke aard. Hieronder worden mede scholen begrepen.
parkeerterrein: een al dan niet afgesloten terrein bestemd voor het parkeren van voertuigen.
logiesverblijf: woningen en andere verblijven, niet zijnde hotels, motels, pensions, bed and breakfast-gelegenheden, groepsaccommodaties en daarmee gelijk te stellen accommodaties of gedeelten daarvan, die voor overnachting ter beschikking gesteld worden aan derden, en waar door de verblijfbieder geen maaltijden worden verzorgd of aangeboden;
arrangement: periodes in het belastingjaar, zoals weergegeven in artikel 6, tweede en derde lid;
maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 dagen.