Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2025

1). De belasting geheven bij wege van aanslag moet, in overeenstemming met artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, worden betaald uiterlijk zes weken na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2). In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de precariobelasting worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 7 lid 2: mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan onverwijld, dan wel als die mogelijkheid wordt geboden per direct na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg; langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan, binnen 30 dagen na dagtekening van kennisgeving. 3). In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 en in afwijking van artikel 8, tweede lid van deze verordening moeten de aanslagen/nota's dan wel op één aanslagbiljet of nota verenigde aanslagen/nota’s met een bedrag groter dan € 50,00 worden betaald in vier gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet of nota is vermeld en de volgende termijnen telkens twee maanden later. 4). In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 en in afwijking van artikel 8, derde lid van deze verordening moeten de aanslagen/nota's worden betaald in acht gelijke termijnen indien het bedrag van de aanslag/nota, dan wel het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet of nota verenigde aanslagen/nota's, groter is dan € 50,00, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige worden afgeschreven. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet of nota is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 5). De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel