Naar hoofdinhoud

Paragraaf 2

Artikel 3

Beoordeling verzoek om bijstand

Onderdeel van Verordening ambtelijke bijstand raadsleden

1.. Een ambtenaar verleent ambtelijke bijstand, mits: het raadslid aannemelijk kan maken dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de Gemeenteraad; het belang van de gemeente niet evident kan worden geschaad; .het verzoek geen betrekking heeft op informatie, neergelegd in documenten ten aanzien waarvan het College van Burgemeester en Wethouders op grond van een belang, vermeld in art. 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, geheimhouding heeft opgelegd dan wel een aldaar vermeld belang zich tegen openbaarmaking verzet; de gevraagde bijstand geen dusdanig groot beslag legt op de ambtelijke capaciteit dat de uitvoering van de aan de dienst of een onderdeel daarvan opgedragen werkzaamheden in het gedrang komt; in de gevraagde bijstand niet redelijkerwijs door een fractieassistent kan worden voorzien; het raadslid van de betrokken ambtenaar niet verlangt dat hij geheimhouding betracht. 2.. Indien de directeur of de ambtenaar van mening is dat zich een uitzondering voordoet als bedoeld in het eerste lid, wendt hij zich tot de gemeentesecretaris. 3.. Indien de gemeentesecretaris het standpunt van de directeur of de ambtenaar onderschrijft, deelt hij dit met redenen omkleed mee aan de griffier, aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend en aan de Burgemeester.

Rechtspraak bij dit artikel