**1..** Een ambtenaar verleent ambtelijke
bijstand, mits:
het raadslid aannemelijk
kan maken dat de bijstand betrekking heeft op de
werkzaamheden van de Gemeenteraad;
het belang van de gemeente
niet evident kan worden geschaad;
.het verzoek geen
betrekking heeft op informatie, neergelegd in documenten
ten aanzien waarvan het College van Burgemeester en
Wethouders op grond van een belang, vermeld in art. 10
van de Wet openbaarheid van bestuur, geheimhouding heeft
opgelegd dan wel een aldaar vermeld belang zich tegen
openbaarmaking verzet;
de gevraagde bijstand geen
dusdanig groot beslag legt op de ambtelijke capaciteit
dat de uitvoering van de aan de dienst of een onderdeel
daarvan opgedragen werkzaamheden in het gedrang
komt;
in de gevraagde bijstand
niet redelijkerwijs door een fractieassistent kan worden
voorzien;
het raadslid van de
betrokken ambtenaar niet verlangt dat hij geheimhouding
betracht.
**2..** Indien de directeur of de ambtenaar
van mening is dat zich een uitzondering voordoet als bedoeld in
het eerste lid, wendt hij zich tot de gemeentesecretaris.
**3..** Indien de gemeentesecretaris het
standpunt van de directeur of de ambtenaar onderschrijft, deelt
hij dit met redenen omkleed mee aan de griffier, aan het
raadslid dat het verzoek heeft ingediend en aan de
Burgemeester.
Paragraaf 2
Artikel 3
Beoordeling verzoek om bijstand
Onderdeel van Verordening ambtelijke bijstand raadsleden