Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.1

Melding en onderzoek

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2025

1.. Een melding van een ondersteuningsbehoefte kan schriftelijk, elektronisch, mondeling of telefonisch worden gedaan. 2.. Het college bevordert optimale toegankelijkheid voor alle ingezetenen die een melding willen doen van een ondersteuningsbehoefte. 3.. De medewerker die de melding ontvangt, registreert en bevestigt de ontvangst van de melding en informeert de cliënt over de gang van zaken na de melding, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure. De medewerker wijst de melder erop dat hij een persoonlijk plan kan inbrengen in het onderzoek. 4.. De medewerker wijst degenen die zich met een ondersteuningsvraag melden erop dat zij zich bij het onderzoek desgewenst kunnen laten bijstaan door een cliëntondersteuner. 5.. De medewerker zal naar aanleiding van de melding onderzoeken waar de behoefte aan ondersteuning van de cliënt en diens mantelzorger uit bestaat. 6.. Als een onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2 van de wet nodig is, verschaft de cliënt of zijn vertegenwoordiger alle gegevens en bescheiden die voor het onderzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. 7.. Indien de cliënt en de ondersteuningsvraag genoegzaam bekend zijn kan de medewerker, in afwijking van het bepaalde in artikel 2.3.2 van de wet, in overleg met de cliënt afzien van een onderzoek. 8.. Bij het onderzoek wordt de cliënt geïnformeerd over de verschillende mogelijkheden van een maatwerkvoorziening: de keuze tussen een voorziening in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget en de gevolgen daarvan; de mogelijkheid om een voorziening in natura voor een hulpmiddel in bruikleen of eigendom te krijgen; de mogelijkheid van een financiële tegemoetkoming. 9.. Het college kan de mogelijkheid instellen van een herbeoordeling van de melding als bedoeld in het vijfde lid door een andere medewerker voor de gevallen dat de cliënt en de medewerker niet tot overeenstemming komen. 10.. Het college kan bij het onderzoek naar de ondersteuningsvraag van de cliënt een casemanager betrekken indien vanwege GGZ-problematiek of complexe meervoudige fysieke kwesties bij de cliënt ondersteuning nodig is tijdens het onderzoek of het vanwege de medische situatie van de cliënt nodig is om een uitgebreider beeld te vormen van de situatie van de cliënt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel