**1..** Het college kent in aanvulling op artikel 4.1 een persoonsgebonden budget toe als naar het oordeel van het college is vastgesteld dat:
cliënt, al dan niet met hulp uit zijn sociale netwerk dan wel zijn Pgb vertegenwoordiger, in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake dan wel in staat is te achten om de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te voeren;
is gemotiveerd dat een cliënt een persoonsgebonden budget wenst; en
is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen, woonruimteaanpassingen en andere maatregelen die met het persoonsgebonden budget betaald moeten worden veilig, doeltreffend en cliëntgericht zijn.
**2..** Het college kan met in achtneming van artikel 2.3.6 Wmo een persoonsgebonden budget weigeren indien:
in de drie jaren, voorafgaand aan de datum van het onderzoek, toepassing is gegeven aan artikel 2.3.10, eerste lid, onderdeel a, d, en e van de wet;
er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie, als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet;
het een voorziening voor opvang voor slachtoffers van huiselijk geweld, collectief vervoer, een auto, een autobus of gesloten buitenwagen, hulp bij het huishouden OGGZ of bijzondere schoonmaak, beschermd verblijf, inloop dagbesteding of meewerkenplus betreft; of
het persoonsgebonden budget bestemd is voor besteding in het buitenland, tenzij voldaan is aan door het college te stellen nadere voorwaarden.
**3..** Het persoonsgebonden budget dient besteed te worden aan het inkopen van zorg of ondersteuning conform de indicatie en mag niet aangewend worden voor de betaling van tussenpersonen, belangenbehartigers, bemiddelings- en coördinatietaken alsmede ondersteunings- of administratiekosten in verband met het Pgb. Er is geen verantwoordingsvrij bedrag.
**4..** Voor een zorgovereenkomst die de cliënt sluit met een professionele zorgaanbieder is de mogelijkheid van periodieke maandbetalingen uitgesloten. In die situatie is slechts een zorgovereenkomst waarbij op declaratiebasis wordt gefactureerd, mogelijk.
**5..** De tarieven van het persoonsgebonden budget zijn:
voor aanvullende individuele ondersteuning € 55,99 per uur;
voor dagbesteding € 47,60 per dagdeel, met een maximum van zes dagdelen tenzij de noodzaak voor meer dagdelen voldoende is gemotiveerd in het pgb-plan;
voor begeleid thuis € 55,99 per uur;
voor logeeropvang € 138,95 per etmaal;
voor woonvoorzieningen geldt het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte;
voor hulp bij huishouden € 5,71 per punt (een punt komt overeen met een kwartier);
voor vervoersvoorzieningen en rolstoelen het bedrag ter hoogte van de goedkoopst adequate voorziening. Het bedrag kan worden verhoogd met een bedrag voor onderhoud of verzekering;
voor aanpassing aan de eigen auto het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte.
**6..** Het tarief begeleid thuis kan worden aangevuld met een toeslag van € 5800,36 voor een gezamenlijk wooninitiatief.
**7..** De hoogte van een persoonsgebonden budget voor niet-professionele ondersteuning bedraagt, voor zover deze afwijkt van het bepaalde in het vijfde lid, voor aanvullende individuele ondersteuning en begeleid thuis € 24,83 per uur;
**8..** Indien er sprake is van een arbeidsovereenkomst met de pgb-aanbieder, dan wordt het uurtarief, als bedoeld in het vijfde lid onder f en het zevende lid, verhoogd met het door het Rijk vastgestelde tarief voor de werkgeverslasten.
** 9. .** Een cliënt aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woonruimteaanpassingen en andere maatregelen onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het sociaal netwerk:
als de dienst zorg omvat waarvoor krachtens landelijk geldende kwaliteitscriteria een minimale opleiding vereist is, beschikt de persoon over de desbetreffende kwalificatie;
deze persoon heeft niet aangegeven dat de ondersteuning aan de cliënt hem te zwaar valt; en
de persoon uit het sociaal netwerk van wie de dienst wordt betrokken zal niet het budget beheren, behalve met toestemming van het college vanwege bijzondere omstandigheden;
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.2
Aanvullende criteria persoonsgebonden budget
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2025