**1..** In aanvulling op artikel 4.1 kan een cliënt in aanmerking komen voor collectief vervoer als cliënt niet of onvoldoende gebruik kan maken van het openbaar vervoer en voorliggende vervoersvoorzieningen.
**2..** In aanvulling op artikel 4.1 en het voorgaande lid kan een cliënt eerst in aanmerking komen voor een individuele vervoersvoorziening als deze langdurig noodzakelijk is en het collectief vervoer niet afdoende is.
**3..** Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt ten aanzien van de vervoersbehoefte ten behoeve van maatschappelijke participatie uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving en in elk geval binnen Amsterdam in het kader van het leven van alledag.
**4..** In afwijking van het derde lid kan een vervoersvoorziening worden verstrekt als zich een situatie voordoet waarbij het gaat om een bovenregionaal contact, dat uitsluitend door de persoon met beperkingen zelf bezocht kan worden, terwijl het bezoek voor de persoon met beperkingen noodzakelijk is om dreigende vereenzaming te voorkomen.
**5..** De te verstrekken vervoersvoorziening zal maatschappelijke participatie door middel van lokale verplaatsingen met een omvang per jaar van 1.500 kilometer mogelijk maken.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.9
Aanvullende criteria voor vervoersvoorziening
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2025