Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.3

Artikel 6.3.1

Bijdrageplicht maatwerkvoorzieningen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2025

1.. De bijdrage voor maatwerkvoorzieningen of pgb, zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 21,80 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de wet of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. 2.. De kostprijs voor een maatwerkvoorziening wordt berekend op basis van: voor woon- en vervoersvoorzieningen, de laagste kostprijs die de gemeente betaalt voor de voorziening; voor overige gevallen per periode en op basis van de vergoeding die de gemeente voor de dienstverlening over die periode verschuldigd is; voor een persoonsgebonden budget voor bijdrageplichtige diensten en woon- en vervoersvoorzieningen: op basis van het door de cliënt bestede bedrag. 3.. Het college brengt de bijdrage voor de volgende periode in rekening: voor dienstverlening: zolang de toekenning voor de dienstverlening niet is ingetrokken en er in een periode ondersteuning is geboden; voor een voorziening in natura, anders dan onder a: zolang de cliënt gebruik maakt van of in het bezit is van de voorziening, en waar van toepassing tot maximaal de kostprijs van een eenmalig verstrekte voorziening; bij een periodieke verstrekking van een persoonsgebonden budget: over iedere periode waarover een persoonsgebonden budget is verstrekt; voor logeeropvang: het aantal etmalen dat de cliënt gebruik heeft gemaakt van de voorziening. 4.. Als een persoon over een periode voor meerdere voorzieningen een bijdrage is verschuldigd, dan komt de betaalde bijdrage allereerst ten goede aan de voorziening die eenmalig is verstrekt en waarvoor het college geen huur verschuldigd is. 5.. Wanneer meerdere personen gebruik maken van één voorziening, wordt de bijdrage berekend over de kosten gedeeld door het aantal bijdrageplichtige gebruikers. 6.. In afwijking van het voorgaande geldt voor collectief vervoer een ritbijdrage die gelijk is aan het tarief voor het openbaar vervoer voor volwassenen (voltarief) dat door het dagelijks bestuur van de Vervoerregio Amsterdam wordt vastgesteld. Een cliënt die tussen 18.00 uur en 01.00 uur reist krijgt 10% korting op de ritbijdrage.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel