Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 11:

Artikel 48

Artikel 48

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling GBLT 2024

1.. Een deelnemer kan uittreden uit de regeling. 2.. Het college van een deelnemer dat uit de regeling wenst te treden, maakt zijn voornemen tot uittreding tegen het einde van het kalenderjaar schriftelijk kenbaar aan het algemeen bestuur en aan de overige deelnemers, maar niet eerder dan in het derde jaar na toetreding tot de regeling. 3.. Uittreding kan niet eerder plaatsvinden dan per 1 januari van het derde kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin het voornemen tot uittreding bekend is gemaakt 4.. De uittredende deelnemer is na het moment van uittreding verplicht tot betaling van een bijdrage voor de duur van twee kalenderjaren. In het eerste kalenderjaar na het moment van uittreding bedraagt deze bijdrage 60% van de bijdrage die de uittredende deelnemer betaalde in het laatste kalenderjaar van deelname. In het tweede kalenderjaar na het moment van uittreding bedraagt deze bijdrage 30% van de bijdrage die de uittredende deelnemer betaalde in het laatste kalenderjaar van deelname. Wijziging

Rechtspraak bij dit artikel