Onverminderd het bepaalde in de artikelen 662 en 663 van Boek 7 van het
Burgerlijk Wetboek draagt de gemeente Amsterdam ervoor zorg voor dat de
rechten en verplichtingen, die op het tijdstip van beëindiging van de
raamovereenkomst voor GVB Veren BV voortvloeien uit een
privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtsverhouding tussen GVB
Veren BV en de aldaar werkzame personen, met inachtneming van de
artikelen 37 en 38 van de Wet personenvervoer 2000, overgaan op de derde
partij, die na beëindiging van de raamovereenkomst met de exploitatie
van de veerdiensten, zoals bedoeld in artikel 2.1, is/wordt belast dan
wel op de gemeente Amsterdam, indien de gemeente mocht besluiten zelf
tot exploitatie van de veerdiensten voornoemd over te gaan.