Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 13

Artikel 13

Onderdeel van Verordening op de woning- en kamerbemiddelingsbureaus 2006

1.. Indien de bepalingen van deze verordening naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders niet of niet behoorlijk worden nageleefd of indien blijkt dat de vergunninghouder bij het verlenen van bemiddeling bij het verkrijgen van woonruimte de bevordering van een evenwichtige en rechtvaardige verdeling van schaarse woonruimte heeft geschaad of indien hij naar hun oordeel daarbij het belang van betrokken kamer- of woningzoekende onvoldoende heeft gewaarborgd, kunnen zij aan de vergunninghouder een waarschuwing zenden. 2.. Burgemeester en Wethouders kunnen in ieder geval de vergunning intrekken, indien: niet wordt voldaan aan de waarschuwing als bedoeld in het eerste lid; zij is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens; gedurende de in artikel 6 vermelde vergunningsperiode of gedurende een eventuele daaraan voorafgaande vergunningsperiode voor een tweede keer een overtreding plaatsvindt; niet binnen redelijke termijn na de vergunningverstrekking wordt overgegaan tot daadwerkelijke bemiddelingsactiviteiten; de vergunninghouder niet meer in de omstandigheden verkeert op basis waarvan de vergunning is verleend. 3.. Het besluit tot intrekking van de vergunning wordt bekendgemaakt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel