**1..** Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten die bijdragen aan de doelstellingen op het gebied van verkeer en vervoer, zoals vastgelegd in het Uitvoeringsprogramma Gezonde en veilige mobiliteit 2024-2029, actielijn “Veilige infrastructuur en verkeersveilig gedrag”, onderdeel 3: “Het verbeteren van de regionale verkeersveiligheid”:
infrastructurele maatregelen;
gedragsmaatregelen, zoals educatie en handhaving, in combinatie met en aanvullend op infrastructurele maatregelen;
onderzoek naar effecten van innovatieve ideeën in combinatie met en aanvullend op infrastructurele maatregelen.
**2..** De subsidiabele activiteiten zoals bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, zijn gericht op het beschermen van kwetsbare verkeersdeelnemers, en betreft één of meer van de volgende maatregelen:
saneren verticale banden;
verbreden fietspaden en -stroken;
verwijderen onnodige obstakels;
verbeteren zichtbaarheid van obstakels (als die niet verwijderd kunnen worden) en het wegverloop;
verbeteren oversteekvoorzieningen waar kwetsbare deelnemers het autonetwerk kruisen;
scheiden van fietsers, voetgangers en gemotoriseerd verkeer.
**3..** In aanvulling op het tweede lid komen andere maatregelen gericht op het beschermen van kwetsbare verkeersdeelnemers ook voor subsidie in aanmerking indien:
de locatie in de Regionale Risicoanalyse en/of Regionale Uitvoeringsagenda aan een risicothema is verbonden;
de locatie is aangemerkt als risicolocatie in de Regionale Risicoanalyse en/of Regionale Uitvoeringsagenda;
de locatie moet aantoonbaar onveilig zijn op basis van een kwantitatieve onderbouwing van het historische ongevallenbeeld en niet voldoen aan de geldende CROW-richtlijnen voor veilige inrichting.
**4..** Activiteiten die op het Regionaal Fietsnetwerk plaatsvinden zijn niet subsidiabel, tenzij sprake is van een activiteit voor verbetering van de oversteekbaarheid voor kwetsbare verkeersdeelnemers die het Regionaal Fietsnetwerk kruisen.
**5..** In aanvulling op het eerste lid worden activiteiten niet subsidiabel geacht wanneer deze betrekking hebben op het Rijkswegennet of op wegen die uitsluitend in particulier eigendom zijn en niet openbaar toegankelijk.
Artikel 3.2