Per activiteit gelden in 2025 de volgende subsidiepercentages van de subsidiabele kosten:
Activiteiten als bedoeld in artikel 4.2, lid 1, sub b, onder i, iii en v: 100%, met een maximum per project van € 500.000,-;
Activiteiten als bedoeld in artikel 4.2, lid 1, sub b, onder ii: de verhouding Baten/Kosten volgens de ingevulde rekensheet bij de aanvraag, met een maximum van 100% tot een maximumbedrag van € 500.000,- per project;
Activiteiten als bedoeld in artikel 4.2, lid 1, sub b, onder iv:
indien het kosten voor fietsvoorzieningen bij bus- en tramhaltes betreffen: 100%, met een maximum van € 250.000,- per aanvrager en een maximum van € 250.000,- per subsidieaanvraag;
indien het planstudiekosten voor fietsparkeervoorzieningen bij treinstations betreffen: 60%, met een maximum van € 200.000,- per aanvrager en een maximum van € 200.000,- per subsidieaanvraag;
indien het investeringskosten voor fietsvoorzieningen op maaiveld of in bestaande gebouwde fietsparkeerfaciliteiten bij treinstations betreffen: 60%, met een maximum van € 1.500.000,- per aanvrager en een maximum van € 1.500.000,- per subsidieaanvraag;
indien het investeringskosten voor de realisatie van gebouwde fietsparkeervoorzieningen (kelder, in een gebouw, fietsflat) bij treinstations en/of voor fietsvoorzieningen bij bus- en tramhaltes betreffen: 25%, met een maximum van € 1.500.000,- per aanvrager en een maximum van € 1.500.000,- per subsidieaanvraag.
Activiteiten als bedoeld in artikel 4.2, lid 1, sub b, onder vi:
Voor kleine investeringen met subsidiabele kosten tot en met € 200.000 is 100% subsidiabel;
Voor grote investeringen met subsidiabele kosten groter dan € 200.000, is het deel tot €200.000 voor 100% subsidiabel. Het deel boven de € 200.000 is voor 50% subsidiabel, tot een maximum van € 500.000 per aanvraag.
Activiteiten als bedoeld in artikel 4.2, lid 1, sub b, onder vii: 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van €50.000 per project.