Naar hoofdinhoud
1.. In aanvulling op artikel 4.8 AsvpU behoren tot de subsidiabele kosten: uitvoeringskosten ten behoeve van de realisatie van een infrastructureel werk of voorziening: voor het betrokken project; noodzakelijke verwerving van een onroerende zaak; vergunningen en leges; bouwrente, gebaseerd op het rentepeil van de meest recente staatslening op het moment van gunning van het werk; aanleg, bouw, wijziging of inrichting van infrastructuur of fietsvoorziening of installatie voor de overslag van goederen; met het project samenhangende schadevergoeding aan derden; de krachtens de Wet op de Omzetbelasting 1968 verschuldigde belasting voor zover die niet kan worden teruggevorderd of gecompenseerd door het BTW-compensatiefonds; de eenmalige kosten voor het ontwerpen, ontwikkelen of aanschaffen en implementeren van een nieuwe dienst; de kosten voor het uitvoeren van een dienst op het gebied van voorlichting en educatie, voor zover deze niet worden gedekt door het heffen van entreegeld of een andere bijdrage. 2.. De kosten zijn marktconform, tenzij wordt aangetoond dat er prijsopdrijvende omstandigheden zijn. 3. . De eventuele meerkosten voor het toepassen van circulaire of duurzame asfaltmengsels, waaronder hergebruik van asfalt (PR-materiaal), warm-mix-technologie en biobased bindmiddelen, zijn subsidiabel voor zover deze bijdragen aan de verduurzaming van de infrastructuur en marktconform zijn. 4.. Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval niet de onderhoudskosten aan infrastructuur of voorzieningen en de kosten als gevolg van achterstallig onderhoud.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel