Naar hoofdinhoud
1.. Subsidie kan worden verstrekt aan: activiteiten die bijdragen aan de doelstellingen zoals vastgelegd in het uitvoeringsprogramma Publieke mobiliteit 2024-2029 en die bijdragen aan de doelstellingen op het gebied van verkeer en vervoer, zoals vastgelegd in actielijn 1“Versterken en koesteren netwerk”, actielijn 2 “Duurzaam concessiemanagement” en actielijn 3 “Aantrekkelijke hubs/knooppunten”. activiteiten die bijdragen aan de doelstellingen zoals vastgelegd in het uitvoeringsprogramma Publieke mobiliteit 2024-2029 en die bijdragen aan de doelstellingen op het gebied van verkeer en vervoer, zoals vastgelegd in de actielijn “Duurzaam beheer en realisatie van de OV-infrastructuur" en die één of meer van de volgende categorieën betreffen: maatregelen die onderdeel uitmaken van een vastgesteld vervoerplan of maatregelen die zullen worden opgenomen in een vervoerplan dat nog vastgesteld dient te worden als aantoonbaar kan worden gemaakt door aanvrager dat zowel vervoerder als provincie positief staan tegenover de opname van de maatregelen in dat plan; maatregelen die leiden tot verbetering van de reistijden voor reizigers en een efficiëntere exploitatie van het openbaar vervoer en die niet in een vervoerplan zijn opgenomen; maatregelen om het openbaar vervoer beter toegankelijk te maken voor reizigers met een beperking. Het gaat dan om o.a. fysieke maatregelen op bus- en tramhaltes en hubs/knooppunten en de directe omgeving daarvan. Ook de aanleg of verbetering van een toegankelijk voetpad van/naar een halte in de directe omgeving van de halte en een voetpad van/naar een fietsparkeervoorziening in de directe omgeving van een halte zijn subsidiabel; maatregelen om de fiets in de keten te stimuleren. Het gaat met name om maatregelen om de fiets goed en veilig te kunnen stallen bij bus- en tramhaltes en hubs/knooppunten; maatregelen gericht op het geschikt maken van de halte en hub/knooppunt infrastructuur van U-link en U-liner haltes volgens het OV Netwerkperspectief, conform de BRT-aanpak; maatregelen die leiden tot kwaliteitsverbetering van een knooppunt/hub die gericht zijn op het aantrekkelijker, veiliger en beter geïnformeerd kunnen reizen; onderzoeks- en communicatieprojecten die gericht zijn op de ontwikkeling van kennis over de toepassing van de maatregelen ter vergroting van de kwaliteit van haltes en hubs/knooppunten. 2. . Bij activiteiten zoals bedoeld in het eerste lid, sub b, onder i tot en met v, geldt dat onderzoekskosten behoren tot de subsidiabele activiteiten. 3.. Bij activiteiten zoals bedoeld in het eerste lid, sub b, onder vi, geldt dat onderzoekskosten voor een planstudie voor het uitbreiden van fietsparkeervoorzieningen bij stations behoren tot de subsidiabele activiteiten. 4.. Bij activiteiten zoals genoemd in het eerste lid, sub b, onder i tot en met iii, geldt dat nieuwplaatsing van DRIS-schermen, halteborden, abri’s en prullenbakken niet behoren tot de subsidiabele activiteiten. Verplaatsing van deze elementen is wel subsidiabel. 5.. Voor activiteiten zoals genoemd in het eerste lid, onder vi en vii hubs/knooppunten, kan alleen subsidie worden verstrekt als het om hubs/knooppunten gaat in het openbaar vervoer netwerk waar in ieder geval meerdere bus-, tram- en/of treinverbindingen bij elkaar komen.

Rechtspraak bij dit artikel