Bij de beoordeling of sprake is van een overtreding van de Opiumwet wordt aansluiting gezocht bij hetgeen uit jurisprudentie blijkt en de gedoogcriteria die in de Aanwijzing Opiumwet van het OM zijn vastgelegd.
Voor de definitie van handelshoeveelheid harddrugs of een handelshoeveelheid softdrugs aangesloten bij de Aanwijzing Opiumwet en de eventuele wijzigingen hierop. Bij handelshoeveelheden hebben we het over de volgende hoeveelheden:
harddrugs: meer dan 0,5 gram. Hierbij wordt het volgende onderscheid gemaakt:
> 0,5 gram harddrugs (bijv. cocaïne/amfetamine)
> 1 pil/ tablet (bijv. XTC)
> 5 ml (bijv. 1 ampul/buisje/consumptie-eenheid GHB).
softdrugs: meer dan 5 gram
hennepplanten: meer dan 5 planten.
Bij een wijziging van de Aanwijzing Opiumwet, gaat deze wijziging voor op deze toelichting.
Naast het feitelijk constateren van een handelshoeveelheid in een woning/lokaal, kan drugshandel ook blijken uit andere feiten of omstandigheden zoals voorbereidingshandelingen, dus als er geen drugs worden aangetroffen (noch verkocht, afgeleverd of verstrekt), terwijl er wel voorwerpen of stoffen aanwezig zijn die duidelijk bestemd zijn voor het telen of bereiden van drugs, zoals bepaalde apparatuur (drugslaboratorium, cocaïnewasserij), chemicaliën (APAAN, zoutzuur) en versnijdingsmiddelen. Onder het begrip verkoop valt het totaal aan handelingen dat rechtstreeks tot de overdracht van het verkochte leidt.
Wat betreft de bestuursrechtelijke aanpak wordt onderscheid gemaakt tussen de aanpak van gevallen waarin softdrugs dan wel harddrugs zijn betrokken. Aan activiteiten die te maken hebben met harddrugs zijn maatschappelijk gezien grotere volksgezondheidsrisico’s verbonden en kunnen een grotere negatieve invloed hebben op het woon- en leefklimaat dan softdrugs. Bij overtredingen van lijst I (harddrugs) worden langere sluitingstijden ook noodzakelijk geacht om een einde aan de overtredingen te maken, dan wel herhalingen te voorkomen, omdat de handel meestal plaatsvindt in een harder crimineler milieu. Een langere sluitingstermijn is noodzakelijk om de situatie te normaliseren.
Hoewel volgens de parlementaire geschiedenis een waarschuwing in beginsel de eerste reactie is op een overtreding van de Opiumwet, is dit anders indien de situatie ernstig is. Daar waar in deze beleidsregel direct wordt overgegaan tot een bestuurlijke herstelmaatregel, betreft het ernstige gevallen zodat een waarschuwing achterwege moet blijven. Dit is het geval bij handel in harddrugs en handel in softdrugs die een kleine handelshoeveelheid te boven gaat. Dit laatste geldt alleen voor woningen. Voor lokalen is iedere handelshoeveelheid aan drugs in beginsel reden voor de burgemeester om zonder waarschuwing over te gaan tot sluiting. De ratio hierachter is dat de burgemeester de ernst van de overtreding bij een kleine handelshoeveelheid anders weegt bij woningen dan bij lokalen omdat bij woningen verdergaande consequenties van sluiting aan de orde zijn.
Het uitgangspunt bij ernstige gevallen of in recidivegevallen conform dit beleid is dat de burgemeester overgaat tot sluiting. Slechts in bijzondere gevallen wijkt de burgemeester uit naar een alternatief zoals een last onder dwangsom of een waarschuwing. Ook bij een verhuurder (woningcorporatie) die direct maatregelen heeft getroffen jegens zijn huurder is het uitgangspunt een zichtbare sluiting. De verhuurder heeft daarna de mogelijkheid om te verzoeken de sluitingstijd te bekorten.