**1..** Op basis van artikel 15 lid 1 en lid 2 van de verordening wordt de hoogte van het PGB berekend. Voor het jaar 2025 gelden de volgende maximale PGB-tarieven:
Zorgsoort
PGB-uurtarief
(max) 2025
Professionele zorg
Huishoudelijke hulp
€ 23,96
Begeleiding individueel
€ 34,52
Begeleiding groep zonder vervoer
€ 18,89
€ 75,57 per dagdeel
Begeleiding groep met vervoer
€ 21,22
€ 84,86 per dagdeel
Kortdurend verblijf
€ 256,85
Per etmaal, max 3 etmalen per week
Niet professionele zorg
Huishoudelijke hulp
€ 20,69
Begeleiding individueel
€ 27,87
Bedrag PGB (per jaar)
Taxivervoer
€ 1.516,70
Rolstoeltaxivervoer
€ 2.275,07
**2..** In het kader van hulp bij het huishouden wordt onder “een daartoe opgeleid persoon” verstaan een persoon in dienst van een zorginstelling, dan wel een persoon die als ZZP’er staat ingeschreven in de Kamer van Koophandel met aantoonbare ervaring op het gebied van huishoudelijke hulp bij een zorginstelling. Indien een persoon uit het sociaal netwerk van de cliënt tevens onder de definitie van “een daartoe opgeleid persoon” valt dan prevaleert de status sociaal netwerk boven het daartoe opgeleid zijn en geldt het PGB tarief voor het sociaal netwerk.
**3..** Er worden geen tarieven vastgesteld voor niet professionele zorg voor groepsbegeleiding, dagbesteding (met of zonder vervoer) en kortdurend verblijf- en respijtzorg omdat deze zorg niet geleverd wordt door een niet daartoe opgeleid persoon.
**4..** De budgethouder mag een vast maandloon afspreken met de aanbieder. Er is sprake van een vrij besteedbaar bedrag van € 250,- per jaar. Indien een PGB verstrekt wordt voor een periode korter dan een jaar wordt dit bedrag naar rato berekend. Dit budget kan gebruikt worden voor bijkomende kosten, zoals telefoonkosten, kosten voor de VOG-verklaring en scholing.
**5..** Het PGB voor de voorzieningen zoals vermeld in artikel 15 lid 2 sub a van de verordening, worden aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering zoals dat door het college aan de leverancier wordt betaald bij de verstrekking van een voorziening in natura. Hierbij wordt rekening gehouden met de eventuele tussen het college en de leverancier reeds overeengekomen korting voor een nieuwe voorziening. De vergoeding voor onderhoud en verzekering maken in het kader van de verschuldigd zijn van een eigen bijdrage (artikel 7) onderdeel uit van de kostprijs van de voorziening.
**6..** Het door het college te verstrekken PGB voor de voorzieningen zoals vermeld in lid 5 wordt verstrekt voor een periode die gelijk is aan de door de leverancier in de offerte vastgestelde levensduur. Onder de levensduur wordt tevens verstaan de periode die resteert na aftrek van de in de betreffende branche gebruikelijke afschrijvingsperiode zoals genoemd in artikel 6.
Hoofdstuk 2:
Artikel 8.
De hoogte van het persoonsgebonden budget
Onderdeel van Nadere regels Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Brunssum 2025