Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 15

Financiering

Onderdeel van Verordening ex artikel 212 van de Gemeentewet van de gemeente Amsterdam

1. Het College draagt bij de uitoefening van de financieringsfunctie zorg voor het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie, zoals renterisico’s en kredietrisico’s. 2. Het College draagt er zorg voor dat: het uitzetten van overtollige geldmiddelen uitsluitend gebeurt bij financiële instellingen met minimaal een A-rating afgegeven door ten minste één gezaghebbende rating agency, of bij instellingen voor wiens waarde-papieren een solvabiliteitseis geldt van 0%; overtollige geldmiddelen uitsluitend worden uitgezet tegen vastrentende waarden, dan wel in producten waarbij de hoofdsom ten minste aan het eind van de looptijd intact is; derivaten uitsluitend worden gebruikt ter beperking van financiële risico’s; overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het uitzetten van middelen of het verlenen van garanties in euro luiden; inzake kasgeldlimiet en renterisiconorm wordt voldaan aan de wettelijke waarden. 3.. Het College stelt nadere regels op ter uitvoering van het gestelde onder het eerste en tweede lid en legt deze regels, alsmede de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening vast in een besluit treasurystatuut. Het College zendt het besluit treasurystatuut ter kennisgeving aan de Gemeenteraad. 4.. De omslagrente voor de rentetoerekening wordt bepaald door het rentetotaal van de uitstaande leningen en de bij de begroting vastgestelde gecalculeerde rente over het eigen vermogen en voorzieningen. 5.. Bij de begroting en de jaarstukken doet het College in de paragraaf financiering in ieder geval verslag van de kasgeldlimiet, de renterisico norm, de rentekosten en renteopbrengsten verbonden aan de financierings-functie en de meerjarige financieringsbehoefte.

Rechtspraak bij dit artikel