Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5

Uitvoering jaarplan/begroting

Onderdeel van Verordening ex artikel 212 van de Gemeentewet van de gemeente Amsterdam

1.. Het College stelt regels die tot doel hebben dat de uitvoering van het jaarplan/de begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt. 2.. Het College draagt er zorg voor dat: gemeentelijke subresultaatgebieden in de financiële administratie eenduidig en stelselmatig zijn toe te wijzen aan de subresultaatgebieden van de door het College vastgestelde productraming; de budgetten van de subresultaatgebieden en de kredieten voor investeringen passen binnen de kaders zoals door de Gemeenteraad geautoriseerd; de lasten van de resultaatgebieden in reële zin niet worden overschreden en de baten hiervan in reële zin niet worden onderschreden; indien de in het vorige lid genoemde lasten en baten worden over- respectievelijk onderschreden, deze afwijkingen bij het opmaken van de gemeenterekening redengevend worden verklaard; de lasten van de subresultaatgebieden niet dusdanig worden overschreden en de baten van de subresultaatgebieden niet dusdanig worden onderschreden dat het verwezenlijken van andere subresultaatgebieden binnen hetzelfde resultaatgebieden gevaar loopt. 3.. Het College legt aan de Gemeenteraad jaarlijks, na het vaststellen van de begroting, een overzicht met niet routinematige investeringen voor, waarvan de dekking reeds geregeld is hetzij via de goedgekeurde begroting hetzij omdat de investering rendabel is. Dit overzicht bestaat uit niet routinematige investeringen waarvan het College van mening is dat die weinig bestuurlijke impact hebben. 4.. Na goedkeuring door de Gemeenteraad van dit, eventueel aangepaste, overzicht wordt de verdere afwikkeling, waaronder het nemen van het kredietbesluit, van deze niet routinematige investeringen door het College verricht. 5.. Kredietbesluiten voor alle niet op dit door de Gemeenteraad goedgekeurde overzicht vermelde niet routinematige investeringen worden pas genomen na behandeling in de Gemeenteraad.

Rechtspraak bij dit artikel