In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen naar de grondslagen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdelen a t/m d, worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van de aanslag.
In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen gelijke termijnen of zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden min één in het kalenderjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste drie en ten hoogste negen bedraagt. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
In afwijking van het eerste lid moeten de belastingen verschuldigd naar de grondslagen als bedoeld in artikel 5, onderdelen e tm g worden betaald:
in geval van uitreiking van de kennisgeving, op het tijdstip van uitreiking.
in geval van toezending van de kennisgeving, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.