In deze verordening wordt verstaan onder:
basisgebied: het gebied van het stadsdeel Amsterdam-Centrum, het stadsdeel Oud-Zuid, het stadsdeel Oud-West en het stadsdeel Zuideramstel;
besluit: het Huisvestingsbesluit;
Convenant Woonruimtebemiddeling: een overeenkomst tussen de gemeente Amsterdam en eigenaren van één of meer woonruimten met betrekking tot woonruimteverdeling;
complex: een aaneengesloten groep woonruimten die als een eenheid is aangewezen;
eigenaar: het daaromtrent in art. 1, tweede lid, van de wet bepaalde;
huishouden: een alleenstaande of twee personen, al dan niet met kinderen, die een gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren;
huurprijs: het daaromtrent in art. 1, eerste lid, onder f, en de leden 4 en 5, van de wet bepaalde, berekend volgens het woningwaarderingsstelsel behorende bij het Besluit huurprijzen woonruimte;
inkomen: rekeninkomen als bedoeld in art. 1, aanhef en onder i, van de Wet op de Huurtoeslag;
inwoning: het bewonen van een woonruimte die deel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen;
locatie: aaneengesloten groep standplaatsen binnen de gemeente Amsterdam die als een eenheid wordt beschouwd;
onttrekkingsvergunning: de vergunning als bedoeld in art. 30, eerste lid, van de wet;
onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet-zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft of welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat die daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, waarbij als wezenlijke voorzieningen worden aangemerkt: keuken en toilet;
particuliere eigenaar: een eigenaar, niet-zijnde een woningcorporatie;
rekenhuur: huur als bedoeld in art. 5 van de Wet op de Huurtoeslag;
splitsing: het splitsen van een gebouw in appartementsrechten of het verlenen van rechten met betrekking tot een gebouw door een rechtspersoon, als bedoeld in art. 33 van de wet;
splitsingsvergunning: de vergunning als bedoeld in art. 33 van de wet;
stedelijkevernieuwingsplan: een plan waarin wordt aangegeven op welke wijze de vier aandachtsvelden van stedelijke vernieuwing (versterking van de stad als woongebied, werkgebied, verkeersgebied en verzorgingsgebied) en de stedelijke doelstellingen van stedelijke vernieuwing (kwaliteitsverhoging, bevorderen leefbaarheid en optimalisering grondgebruik) in een plangebied worden gerealiseerd;
traditionele doelgroep: de groep/degenen die volgens de bepalingen in art. 18 van de voormalige Woonwagenwet voor een bewonersverklaring in aanmerking kon/konden komen;
urgentieverklaring: verklaring zoals die tot de inwerkingtreding van de Huisvestingsverordening 1996 is afgegeven aan huishoudens als bedoeld in art. 11, eerste lid, van de wet;
verblijfsgerechtigde: degene voor wie de taakstelling, vermeld in art. 60a, aanhef en onder b, van de wet van toepassing is;
voorrangsverklaring: verklaring die wordt afgegeven aan huishoudens bedoeld in art. 11, eerste lid, van de wet;
het WGR-gebied: het grondgebied, in het kader van de Wet gemeenschappelijke regelingen (WGR), van de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beemster, Diemen, Edam-Volendam, Haarlemmer-meer, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend, Uithoorn, Waterland, Wormerland, Zaanstad en Zeevang;
wet: de Huisvestingswet;
woningcorporatie: een toegelaten instelling als bedoeld in art. 70 van de Woningwet;
woningruil: ruil waarbij twee of meer huishoudens zich daadwerkelijk vestigen in elkaars woning;
woongroep: een samenlevingsverband, bestaande uit ten minste drie personen tussen wie geen familierechtelijke relatie bestaat;
aa. woonoppervlak: het gezamenlijk oppervlak van de vertrekken zoals dat wordt berekend volgens het Besluit huurprijzen woonruimte;
bb. woonwerklocatie: een aaneengesloten groep standplaatsen binnen de gemeente Amsterdam die als een eenheid wordt beschouwd en is bestemd tot terrein voor kermis- en /of circusexploitanten;
cc. zoekprofiel: de beperking die een voorrangskandidaat krijgt opgelegd bij het zoeken naar een woning.