Naar hoofdinhoud

Artikel 4:

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening toeristenbelasting Vlieland 2025

1.. De belastingen als bedoeld in artikel 2, aanhef, onderdelen a. en b. worden niet geheven ter zake van het verblijf door personen die: Bij aankomst jonger zijn dan vier jaar; verblijven in een instelling als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders; als vreemdeling, als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, rechtmatig in Nederland verblijven in de zin van artikel 8 letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet en voor zover deze personen verblijf houden in een gelegenheid als bedoeld in artikel 1, van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers; 2.. De belasting, bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, wordt niet geheven ter zake van het overnachten door degene die: verblijf houdt in een gemeubileerde woning ter zake waarvan door hem, door of voor het gehouden verblijf, forensenbelasting is verschuldigd; reeds uit hoofde van de watertoeristenbelastingverordening ten behoeve van hetzelfde verblijf belasting heeft betaald; ingevolge last of bevel van de overheid tijdelijk binnen de gemeente verblijft; als bloed- of aanverwant tot en met de tweede graad in rechte lijn nachtverblijf houdt bij hem die als ingezetene in de basisregistratie personen (BRP) is ingeschreven; uit hoofde van zijn beroep of functie binnen de gemeente tegen betaling werkzaam is; voor het bijwonen van een begrafenis of het bezoeken van een graf van een bloed- of aanverwant tot en met de tweede graad, tijdelijk binnen de gemeente verblijft, met dien verstande dat dit slechts geldt voor de eerste overnachting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel