Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening watertoeristenbelasting 2025

De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: door degenen, die verblijf houden aan boord van: een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt voor verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden; kano’s, roei- en volgboten; motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 6,5 meter; een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt; en vaartuig in directe dienst van het Rijk, de provincie Limburg of de gemeente Mook en Middelaar; een vaartuig van de Koninklijke Marine of oorlogsvaartuigen van vreemde naties; een vaartuig dat in eigendom toebehoort aan de Koninklijke Nederlandse Reddingsmaatschappij; een vaartuig in gebruik voor onderhoud aan de waterwegen, welk onderhoud in opdracht van het Rijk, de provincie Limburg of de gemeente Mook en Middelaar wordt uitgevoerd; historische schepen. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, onderdelen c, d, f, g en h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 2 van de verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers; waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de heffing en invordering van landtoeristenbelasting; waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel