Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 12

Horen

Onderdeel van Regeling Klachtbehandeling gemeente Leudal

1. . De klachtencommissaris stelt de klager en beklaagde, in de gelegenheid te worden gehoord. 2. . Klager en beklaagde worden in beginsel in elkaars aanwezigheid gehoord. De klachtencommissaris kan – al dan niet op verzoek van klager of beklaagde – besluiten hiervan af te wijken. 3. . Indien de klachtencommissaris niet afwijkt van het in het tweede lid geformuleerde uitgangspunt, is de beklaagde verplicht op de hoorzitting te verschijnen. Uitzondering hierop vormt de situatie waarin de klager niet in het bijzijn van beklaagde gehoord wil worden. In dat geval kan de beklaagde ervoor kiezen om zijn feitenrelaas schriftelijk bij de commissaris aan te leveren of wordt er op verzoek van de klachtencommissaris een aparte hoorzitting ingepland. 4. . Indien nodig worden getuigen gehoord. Medewerkers die als getuige worden opgeroepen zijn verplicht hieraan gehoor te geven. 5. . De klachtencommissaris beslist over de toepassing van artikel 9:10, tweede lid, van de Awb, waarin is bepaald wanneer van horen van de klager en/of de beklaagde kan worden afgezien. 6. . Indien de klachtencommissaris op grond van het vierde lid van dit artikel besluit af te zien van het horen, doet hij daarvan gemotiveerd mededeling aan de klager en de beklaagde.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel