Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III › Paragraaf 3

Artikel 26

Algemene bepalingen over stemming

Onderdeel van Organisatieverordening van de gemeenteraad van Harderwijk 2024

1.. Voordat de raad tot stemming overgaat, heeft een lid het recht zijn stemgedrag te motiveren in een korte stemverklaring. 2.. De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 3.. Indien er geen stemming wordt verlangd, kunnen de in de vergadering aanwezige leden aantekening in het verslag vragen dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich op grond van artikel 28 Gemeentewet van stemming te hebben onthouden. 4.. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de leden van de raad bij naam op hun stem uit te brengen. 5.. De stemming begint bij het daarvoor door loting aangewezen lid. Vervolgens geschiedt de oproeping volgens de volgorde van de aanwezigheidslijst vanaf het aangewezen lid.

Rechtspraak bij dit artikel