Naar hoofdinhoud

Artikel 16

Faciliteiten en budget

Onderdeel van Verordening Adviesraad sociaal domein Noardwest Fryslân 2025

1.. De Adviesraad stelt jaarlijks vóór 1 oktober, een activiteitenplan en een begroting op. Deze worden aangeboden aan de colleges. De colleges stellen aan de hand hiervan de voorlopige jaarlijkse bijdrage vast vóór 1 januari van het nieuwe jaar. 2.. Ten behoeve van een goed functioneren faciliteren de colleges de Adviesraad door middel van het verstrekken van een jaarlijkse bijdrage. 3.. De jaarlijkse bijdrage wordt toereikend geacht om alle, voor het functioneren van de Adviesraad noodzakelijke, kosten te voldoen en wordt gebaseerd op het ingediende activiteitenplan en begroting. 4.. Eventuele overschotten mogen worden overgeheveld naar een volgend jaar. Het overschot mag echter niet meer bedragen dan 50 % van de jaarlijkse bijdrage van het voorgaande jaar. Eventuele tekorten worden bekostigd uit de reserves van de Adviesraad. Als de Adviesraad meer financiële middelen nodig heeft dan begroot, dient hij dat gemotiveerd aan te vragen. 5.. De reserve (saldo op 1 januari van het nieuwe jaar) van de Adviesraad mag nooit meer bedragen dan maximaal € 6.000,-. 6.. De reserve dient te worden aangewend in geval het jaar met een negatief saldo wordt afgesloten. Ook kunnen hieruit eenmalige uitgaven worden bekostigd, uiteraard voor zover gelegen binnen de doelstelling van de Adviesraad. Uitgaven ten laste van de reserve mogen geen invloed hebben op de cijfers van een volgend boekjaar. 7.. Als de colleges in hun facilitering menen te moeten afwijken van het door de Adviesraad begrote bedrag, wordt dit gemotiveerd aan de Adviesraad medegedeeld. 8.. De Adviesraad moet binnen drie maanden na afloop van het betreffende jaar een financieel en inhoudelijk verslag van dat jaar aanbieden. Naar aanleiding daarvan wordt de definitieve jaarlijkse bijdrage vastgesteld.

Rechtspraak bij dit artikel