**1..** Met betrekking tot de uitoefening van de in artikel 3 en 4 genoemde doelen en taken berust bij het dagelijks bestuur alle bevoegdheid die niet krachtens deze regeling aan het algemeen bestuur of aan de voorzitter is opgedragen.
**2..** Naast de uitoefening van taken en bevoegdheden op grond van het elders in deze regeling bepaalde, is het algemeen bestuur in elk geval belast met en bevoegd tot het:
vaststellen van de meerjaren- en jaarlijkse beleidsplannen;
vaststellen en wijzigen van de begroting;
vaststellen van de jaarrekening,
vaststellen van de winstbestemming/verliesdekking;
vaststellen van de controleverordening;
vaststellen van het treasurystatuut;
vaststellen van het dienstverleningshandvest, bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid;
vaststellen van de model dienstverleningsovereenkomst, bedoeld in artikel 5, derde lid;
opstellen van voorwaarden voor toetreding;
besluiten over toetreding en uittreding van (andere) deelnemers; en
oprichten van, het mede oprichten van en het deelnemen in bedrijven.
**3..** Voor zover de bevoegdheid in het tweede lid, onder k, het oprichten van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen behelst, besluit het algemeen bestuur hiertoe indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen publiek belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen.
Hoofdstuk 3
Artikel 18
Artikel 18
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Reinigingsbedrijf Midden Nederland