Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 34

Artikel 34

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Reinigingsbedrijf Midden Nederland

1.. Het college van de deelnemende gemeente dat voornemens is uit te treden, maakt dit kenbaar aan het dagelijks bestuur. 2.. De uittredende gemeente dient de andere deelnemende gemeenten te compenseren voor de verliezen die laatstgenoemden lijden door het uittreden. 3.. De hoogte van de financiële compensatie zoals bedoeld in lid 2 wordt vastgesteld door het algemeen bestuur, conform de bij het Dienstverleningshandvest vastgestelde bijlage; Kostenallocatiemodel, tarievenbeleid en desintegratieregeling RMN. 4.. De financiële compensatie zoals bedoeld in lid 2 is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: Bij beëindiging (of vermindering van meer dan 10%) van de betreffende dienst heeft RMN te maken met desintegratiekosten: incidentele tijdelijke dan wel blijvende ontvlechtings- of frictiekosten als gevolg van de boventalligheid van personeel, overcapaciteit productiemiddelen en een dekkingstekort voor de algemene (overhead) kosten. Voorkeursregel: de ontstane boventalligheid (personeel) en/of overcapaciteit (materieel) wordt door de betreffende gemeente overgenomen. Het (terug) plaatsen van medewerkers gebeurt onder de verantwoordelijkheid van de ‘latende’ gemeente. Bij het bepalen van (de) medewerker(s) die worden teruggeplaatst gelden de bepalingen van het sociaal plan en de (eventueel) andere hieromtrent gemaakte afspraken. Indien niet duidelijk is welke medewerkers in aanmerking komen voor plaatsing bij de ‘latende’ gemeente, wordt een met de startsituatie vergelijkbare formatie gecreëerd, waarbij wat betreft de leeftijdsopbouw rekening wordt gehouden met het aantal inmiddels verstreken jaren. Indien materieel of andere activa wordt overgenomen door de latende gemeenten, dan gebeurt dit tegen de actuele boekwaarde. Ondanks de voorkeursregel kan sprake zijn van overcapaciteit welke niet door de latende gemeente kan worden overgenomen. RMN zal proactief en zelfstandig zorg dragen voor maatregelen waarmee (de gevolgen van) boventalligheid, overcapaciteit en het dekkingstekort voor algemene kosten, zo veel als mogelijk worden opgeheven. De latende gemeente draagt zorg voor een financiële compensatie ter financiering van deze maatregelen en ter financiering van niet (of niet direct, of niet geheel) af te bouwen boventalligheid en overcapaciteit. Als uitgangspunt van de formule geldt de gemiddelde omzet welke is gemoeid met de uitvoering van de betreffende taak in de drie laatste jaren. De gemeente kan kiezen voor een jaarlijkse betaling (van het betreffende bedrag) of een afkoopsom ineens, op basis van de netto contante waarde. 5.. Het algemeen bestuur kan zich bij het bepalen van de financiële compensatie zoals bedoeld in lid 2 laten adviseren door een extern deskundige. 6.. De financiële compensatie zoals bedoeld in lid 2 wordt in een periode van vijf jaar afgebouwd. 7.. Het college dat voornemens is uit te treden neemt op basis van de financiële compensatie zoals bedoeld in lid 2 bedoeld in het derde lid, een definitief besluit, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede en derde lid, van de wet. 8.. Een ontwerpuittredingsbesluit wordt ten minst acht weken voordat het algemeen Bestuur dit vaststelt aan de gemeenteraden van de deelnemers toegezonden. De gemeenteraden worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen op het ontwerpuittredingsbesluit ter kennis te brengen van het algemeen bestuur. 9.. De uittreding geschiedt per 1 januari van het tweede jaar volgend op het jaar waarin het uittredingsbesluit is vastgesteld. 10.. Het bepaalde in dit artikel, lid 1 t/m 7, is evenredig van toepassing op het meer dan 10% verminderen (ten opzichte van het vorige jaar) van het volume van de dienstverlening van een of meer producten in het basispakket en/of additionele pakket op aangeven van de opdracht gevende gemeente.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel