In deze verordening wordt verstaan onder:
Algemene wet: de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Staatsblad 1959, nr. 301);
Invorderingswet 1990: de Wet van 1 juni 1990 (Staatsblad 1990, nr. 221);
haven: het IJ, het Noordzeekanaal en alle daarop uitkomende wateren, voorzover voor de openbare dienst bestemd, telkens tot het eerste bovengrondse kunstwerk, alsmede voor de openbare dienst bestemde aanlegsteigers, meerpalen en -boeien en andere soortgelijke werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn;
schip:
1° elk drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebezigd dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen dan wel goederen of voorwerpen, al dan niet met het drijvende lichaam, een geheel uitmakende;
2° elk ander drijvend lichaam, zoals een werk- en aanlegvlot, ponton, houtvlot, elevator, duikerklok, zandzuiger, baggermolen, drijvend werktuig, booreiland en elke andere drijvende inrichting ten dienste van de exploratie dan wel exploitatie van olie- en gasvelden of het winnen van mineralen op zee;
zeeschip:
elk schip dat is bestemd of wordt gebruikt voor de vaart buitengaats als bedoeld in art. 1, eerste lid van de Schepenwet (Staatsblad 1909, nr. 219);
zeeschip in lijndienst: een zeeschip dat naar het oordeel van de gemeenteambtenaren, belast met de heffing of de invordering van gemeentelijke belastingen, ingevolge art. 231, tweede lid, onderdelen b en c, van de Gemeentewet, en zoals door de belastingplichtige schriftelijk bevestigd, eventueel tezamen met één of meer andere schepen, deelneemt aan een dienst volgens een vooraf aangekondigd, volledig en voor iedereen verkrijgbaar vaarplan, waarin Amsterdam als haven van herkomst en/of bestemming is opgenomen, aan welk schip door eenieder deelladingen moeten kunnen worden aangeboden, die moeten worden geaccepteerd tegen de hiervoor geldende condities en waarbij de daadwerkelijke hoeveelheid geladen en/of geloste goederen voor minimaal tien procent uit stukgoed moet bestaan;
bevoorradingsschip: een zeeschip, hoofdzakelijk bestemd of gebruikt voor de aan- en afvoer van personen dan wel materiaal voor op zee gestationeerde booreilanden of werkschepen;
containerschip: een zeeschip dat door zijn bouw en inrichting uitsluitend is bestemd voor het vervoer van containers;
cruiseschip: een zeeschip, hoofdzakelijk bestemd of gebruikt voor het bedrijfsmatig vervoer van passagiers die voor toeristische doeleinden, hoofdzakelijk in de zeereis zelf gelegen, deelnemen aan die reis;
oorlogsschip: een zeeschip dat voor de Koninklijke Marine of de marine van een vreemde mogendheid wordt gebruikt, waarover een militair het bevel voert en dat hoofdzakelijk met militairen is bemand;
pleziervaartuig:
1° een zeeschip, uitsluitend gebruikt voor recreatiedoeleinden, niet-zijnde een cruiseschip, of
2° een zeeschip, uitsluitend gebruikt voor commerciële recreatiedoeleinden, niet zijnde een cruiseschip, zulks blijkende uit de inschrijving in de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Amsterdam;
roll-on/roll-offschip: een zeeschip, hoofdzakelijk bestemd of gebruikt voor het vervoer van lading die geheel of ten dele rijdend aan en van boord wordt gebracht over tot de vaste uitrusting van het schip behorende en daarvoor uitgeruste laadkleppen;
palletscarrier: een zeeschip, hoofdzakelijk bestemd of gebruikt voor het vervoer van verpakte droge lading die geheel of ten dele aan boord worden gebracht middels tot de vaste uitrusting van het schip toebehorende of daarvoor uitgeruste faciliteiten welke vallen binnen de uiterste maten van het schip waarover zeehavengeld wordt berekend;
lashschip: een zeeschip dat door zijn inrichting in hoofdzaak is bestemd en wordt gebruikt voor het vervoer van zelfdrijvende laadbakken;
bulkcarrier: een zeeschip, hoofdzakelijk bestemd of gebruikt voor het vervoer van droge lading in bulk, die doorgaans is gebouwd met een enkel dek en waarbij de top-tanks en de zijtanks zich bevinden in de ladingzone van het schip. Onder een bulkcarrier valt tevens een ertscarrier en combinatieschepen zoals de Ore Bulk Oil carrier en de Container Oil Bulk carrier;
sleepboot: een zeeschip, bestemd of gebruikt voor het assisteren, slepen of duwen van andere schepen;
tankschip: een zeeschip, hoofdzakelijk bestemd of gebruikt voor het vervoer in bulk van vloeibare lading;
olietanker: een schip dat beantwoordt aan de omschrijving van olietankschip in voorschrift 1, punt 4, van bijlage I van Marpol 73/78;
olietanker met gescheiden ballasttanks: een van gescheiden ballasttanks voorziene olietanker, die door de regering van de vlaggestaat of door andere namens die staat daartoe bevoegde instanties is gecertificeerd als olietanker, voorzien van gescheiden ballasttanks, hetgeen tot uitdrukking dient te komen op het International OilPollutionPrevention (IOPP) Certificate, zijnde het internationale certificaat ter voorkoming van verontreiniging door olie;
dubbelwandige olietanker: een olietanker met gescheiden ballasttanks die gebouwd is overeenkomstig voorschrift 13F, punt 3, van bijlage I van Marpol 73/78;
olietanker van een alternatief ontwerp: een olietanker met gescheiden ballasttanks die gebouwd is overeenkomstig voorschrift 13F, punten 4 en 5, van bijlage I van Marpol 73/78;
waddenkrabber; ook wel genoemd lage kruiplijncoaster, denemarkenvaarder of binnen-/buitenschip: een zeeschip dat wordt gebruikt in een beperkt vaargebied en kleiner is dan 1600 BT en naast de zeemeetbrief volgens het Internationaal Verdrag Londen 1969 de beschikking heeft over een binnenmeetbrief;
werkschip: een zeeschip, bestemd of gebruikt als drijvende inrichting voor de exploratie of exploitatie van olie- en gasvelden op zee of de winning van mineralen op zee;
hospitaalschip: een zeeschip, uitsluitend bestemd en gebruikt voor het verlenen van medische hulp, waaronder begrepen het vervoer van gewonden, zieken en gehandicapten;
ballast: vaste en vloeibare stoffen, water voor landbouwdoeleinden, industrieel gebruik of menselijke consumptie en andere goederen met handelswaarde hieronder niet begrepen, welker inneming in het schip geheel of nagenoeg geheel geschiedt ter verhoging van de stabiliteit van het schip of ter verlaging van zijn hoogste punt boven de waterspiegel;
lading: alle door een zeeschip geloste en ingenomen goederen en verpakkingsmateriaal, containers, trailers en lashbakken, met uitzondering van de handbagage van de opvarenden op het schip, ballast, brandstof, proviand en andere voor eigen gebruik bestemde scheepsbenodigdheden en schadelijke stoffen als bedoeld in art. 1 van de Wet voorkoming verontreiniging door die schepen (Staatsblad 1983, nr. 683);
bunkeren: het innemen van handbagage van de opvarenden op het schip, brandstof, proviand en andere voor eigen gebruik bestemde scheeps-benodigdheden;
agribulk: lading die volgens de goederengroepindeling van de Nomenclature Uniforme des Marchandisespour les Statistiques de Transport, revisée, is geclassificeerd onder groep 01, 0391, 17 en 18;
ertsen: lading die volgens de goederengroepsindeling van de Nomenclature Uniforme des Marchandisespour les Statistiques de Transport, revisée, is geclassificeerd onder de codes 4100, 4520, 4530, 4550, 4591 en 4592;
container: een laadkist, omschreven in de aanbeveling ISO 688-1979 als series 1 freight containers van de International OrganizationforStandardization, voorzover de lengte ten minste 6,055 meter bedraagt;
stukgoed: lading die achtereenvolgens per stuk of eenheid wordt geladen of gelost, anders dan zuigbare, verpompbare of stortbare lading;
meetbrief: de meetbrief die voldoet aan de eisen, neergelegd in het Internationaal Verdrag, betreffende de meting van schepen, Londen 1969 (Traktatenblad 1979, nrs. 122 en 194);
ton: massa van 1000 kilogram;
brutoton: de eenheid voor de bruto-inhoud (BT) van een zeeschip zoals bedoeld in het Verdrag inzake meting van Schepen, London 1969 (Traktatenblad 1979, nrs. 122 en 194), en die uit de meetbrief volgt, ook wel: gross ton (GT);
vaarplan: een aan de gemeenteambtenaren, belast met de heffing of de invordering gemeentelijke belastingen, ingevolge art. 231, tweede lid, onderdelen b en c, van de Gemeentewet, minimaal een maand vooraf aangekondigde volledige en voor eenieder verkrijgbare dienstregeling voor zeeschepen die belanghebbenden informeert over de voorgenomen, elkaar regelmatig opvolgende afvaarten naar havens, gelegen in een onveranderlijk vaargebied, teneinde belanghebbenden in staat te stellen, tijdig lading te leveren of te ontvangen in de in het vaarplan vermelde aanloophavens, waarbij geldt dat de afvaarten worden verricht onafhankelijk van het ladingaanbod;
termijn: een in de tarieventabel genoemde tijdsduur waarin het gebruik van de haven plaatsvindt, met dien verstande dat, indien het schip gedurende die tijdsduur de haven verlaat en weer terugkeert, een nieuwe termijn begint;
havengebied van de Zaanstreek: het havengebied van de gemeente Zaanstad en de Achterzaan binnen het gebied van de gemeente Wormer;
hoofdzakelijk: ten minste voor 65%;
SBT (Segregated Ballast Tank/Gescheiden ballasttank): een tank die uitsluitend wordt gebruikt voor het vervoer van gescheiden ballast;
gescheiden ballast: de ballast die beantwoordt aan de omschrijving van gescheiden ballast in voorschrift 1, punt 17, in bijlage I van Marpol 73/78;
olieproducten: producten conform het aanhangsel van bijlage I van voorschrift 1 Marpol 73/78;
wachtend zeeschip: een zeeschip waarvoor de bestemde ligplaats niet direct beschikbaar is en derhalve tijdelijk een andere ligplaats krijgt toegewezen;
oplegger: een zeeschip dat voor langere tijd in de Amsterdamse haven verblijft, zonder het doel te laden of te lossen;
Marpol 73/78: het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen van 1973, als gewijzigd bij het bijbehorende Protocol van 1978, alsmede de wijzigingen daarop die van kracht zijn op de datum waarop het belastbaar feit zich voordoet.
Green Award: een certificaat ten behoeve van olietankers en bulkcarriers (met uitzondering van Ore/Bulk/Oil- en Container/Oil/Bulk-schepen), met een dead-weight groter of gelijk aan 20.000 ton welke is afgegeven door de Stichting Green Award te Rotterdam;
deadweightton: het gewicht van een schip, de uitrusting en lading bij maximale diepgang, uitgedrukt in eenheden van 1000 kg.
ontsmettingsplaats: een binnen de haven aangewezen vaste plaats voor het uitvoeren van ontsmettingswerkzaamheden op schepen.
shortsea: zeeschepen die varen in het volgende geografische vaargebied: Europa, Middellandse zeegebied, Zwarte zeegebied, Marokko, Canarische Eilanden, Madeira en de Kaapverdische eilanden.
deepsea: zeeschepen die varen buiten het geografisch vaargebied van de shortsea.
secondcall: Zeeschepen, varend in lijndienst, die binnen één reisschema een tweede bezoek aan de Amsterdamse haven brengen. Een kortingsregeling is hierbij van kracht indien bij het eerste bezoek lading is ingenomen zonder te lossen ofwel lading is gelost zonder in te nemen en dit tevens het geval is bij het tweede bezoek.