Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7

Vrijstellingen

Onderdeel van Zeehaven- en kadegeldverordening Amsterdam 2006

1.. Zeehavengeld wordt niet geheven ter zake van het gebruik van de haven met: een hospitaalschip of opleidingsschip voor marine, koopvaardij of loodswezen - zowel Nederlands als buitenlands - en elk ander zeeschip in directe dienst van het rijk, mits daarmee geen handelingen of vervoer tegen betaling wordt verricht; een oorlogsschip, mits geen lading wordt gelost dan wel ingenomen, tenzij de behandeling van de goederen uitsluitend door militairen geschiedt; een nieuw zeeschip dat binnen de gemeente of binnen het havengebied van Zaanstreek te water wordt gelaten of een nieuw zeeschip dat elders te water is gelaten, maar waarvan de overdracht in de gemeente of in het havengebied van de Zaanstreek geschiedt, met dien verstande dat: 1. gedurende de vrijstellingsperiode een technische proefvaart en/of een overdrachtsproefvaart de vrijstelling onverlet laat; 2. geen lading wordt ingenomen, 3. geen ander gebruik wordt gemaakt van enig ten gerieve van de scheepvaart dienend werk dat bij de gemeente in beheer of in onderhoud is, dan om het schip voor de eerste reis uit te rusten, 4. de maximale vrijstellingsperiode drie weken bedraagt; een zeeschip dat de gemeente aandoet en/of in de gemeente verblijft uitsluitend om; te dokken, afgebouwd te worden, een herstelling te ondergaan door een erkende scheepsreparatie-inrichting, gasvrij te worden gemaakt, van bemanning te wisselen, zieken of doden aan land te zetten of kompassen te stellen, mits: 1° vooraf en onmiddellijk na afloop van de werkzaamheden of handelingen schriftelijk aan gemeenteambtenaren, belast met de heffing of de invordering van gemeentelijke belastingen, ingevolge artikel 231, tweede lid, onderdelen b en c, van de Gemeentewet, wordt kennis gegeven; de kennisgeving ten aanzien van het dokken of de herstelling dient vergezeld te gaan van een door de beheerder van de betrokken scheepsreparatie-inrichting afgegeven schriftelijke verklaring die de inhoud van de kennisgeving bevestigt; 2° het schip niet langer in de gemeente verblijft dan voor de werkzaamheden of handelingen nodig is; 3° onverminderd het bepaalde onder 2°, de werkzaamheden, bedoeld in het bepaalde onder 1°, de tijdsduur van twee maanden niet te boven gaan, tenzij deze plaatsvinden in een gedeelte dat geen eigendom is van de gemeente of voor het gebruik waarvan de scheepsreparatie-inrichting aan de gemeente huur of erfpachtcanon is verschuldigd; een zeeschip dat in de gemeente komt uitsluitend om te worden gesloopt, mits vooraf van het voornemen tot slopen schriftelijk aan de gemeenteambtenaren, belast met de heffing of de invordering van gemeentelijke belastingen, ingevolge artikel 231, tweede lid, onderdelen b en c, van de Gemeentewet, wordt kennis gegeven, het schip rechtstreeks naar de plaats van de sloop-werkzaamheden wordt gebracht en de sloopwerkzaamheden plaatsvinden in een gedeelte van het gebied binnen de gemeente dat geen eigendom is van de gemeente, dan wel voor het gebruik waarvan de onderneming die de sloopwerkzaamheden uitvoert, aan de gemeente huur of erfpachtcanon is verschuldigd; een zeeschip dat uitsluitend de gemeente doorvaart zonder te lossen, te laden, aan te leggen aan kaden, wallen of steigers of gebruik te maken van enig ten gerieve van de scheepvaart dienend werk dat bij de gemeente in beheer of in onderhoud is en in de gemeente niet langer verblijft dan voor een rechtstreekse doorvaart noodzakelijk is en de tijdsduur van vier uren niet te boven gaat; een zeeschip, met andere bestemming, dat in de gemeente komt uitsluitend ten behoeve van de inklaring of de uitklaring ter vervulling van de vereiste douaneformaliteiten, mits daarvan onmiddellijk bij aankomst schriftelijk aan de gemeenteambtenaren, belast met de heffing of de invordering van gemeentelijke belastingen, ingevolge artikel 231, tweede lid, onderdelen b en c, van de Gemeentewet, kennis wordt gegeven en het schip in de gemeente niet langer verblijft dan vier uren en de ligplaats is toegewezen door de regionale wachtchef; een zeeschip dat in de gemeente komt ten behoeve van de inklaring of de uitklaring ter vervulling van de vereiste douaneformaliteiten en/of om te bunkeren op de bunkerstationsSlurinkZwaans en SmitsKolenhandel (Amsterdam-Rijnkanaal), Reinplus Van Woerden (Amsterdam-Noord) of Josta (Silo IJdijk), mits daarvan onmiddellijk bij aankomst schriftelijk aan de gemeenteambtenaren, belast met de heffing of de invordering van gemeentelijke belastingen, ingevolge artikel 231, tweede lid, onderdelen b en c, van de Gemeentewet, kennis wordt gegeven en het schip in de gemeente niet langer verblijft dan vier uren. 2.. Kadegeld wordt, met inachtneming van het bepaalde in de bij de verordening behorende tabel, niet geheven ter zake van het gebruik met: een zeeschip, met andere bestemming, dat in de gemeente komt uitsluitend ten behoeve van de inklaring of de uitklaring ter vervulling van de vereiste douaneformaliteiten, mits het schip in de gemeente niet langer verblijft dan vier uren en de ligplaats is toegewezen door de regionale wachtchef; een wachtend zeeschip, gedurende de eerste 72 uren, waarvan de ligplaats is toegewezen door de    regionale wachtchef; een schip zoals vermeld in dit artikel, lid 1, onderdelen a en b;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel