**1..** Buiten een daarvoor door burgemeester en wethouders bestemde plaats en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer wordt geen afvalstof, stof of voorwerp op of in de bodem gebracht, gehouden, achtergelaten of anderszins te geplaatst op een wijze die aanleiding kan geven tot hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu.
**2..** Burgemeester en wethouders kunnen van het verbod ontheffing verlenen.
**3..** Het verbod is niet van toepassing op: het overeenkomstig deze verordening ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen, het thuis composteren van groente-, fruit- en tuinafval, voorzover de (afval)stoffen tijdelijk op de weg geraken of worden gebracht als onvermijdelijk gevolg van het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen, dan wel het verrichten van andere werkzaamheden op of aan de weg.
**4..** Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover de Wet bodembescherming of het Bouwstoffenbesluit voorziet in de beoogde bescherming van het milieu.
**5..** Straatafval wordt niet in de openbare ruimte achtergelaten zonder gebruik te maken van de van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen of middelen.
**6..** Andere afvalstoffen dan straatafval worden niet achtergelaten in daartoe van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen of middelen.
Hoofdstuk
Artikel 46
Voorkomen diffuse milieuverontreiniging
Onderdeel van Afvalstoffenverordening Amsterdam 2004