**1..** Op een door de belastingplichtige vóór aanvang van het belastingjaar gedane aanvraag, wordt het aantal overnachtingen in afwijking van artikel 5 forfaitair bepaald, waarbij:
het aantal personen dat heeft overnacht met betrekking
tot:
Kampeermiddel op vaste standplaatsen wordt bepaald op 2,5 personen;
kampeermiddel op niet-vaste standplaatsen wordt bepaald op 2,8 personen;
hotels en pensions wordt bepaald op 1 persoon per slaapplaats;
**1..** het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht:
in geval verblijf wordt gehouden in kampeermiddelen op vaste standplaatsen wordt bepaald op 59;
in geval verblijf wordt gehouden in kampeermiddelen op niet-vaste standplaatsen wordt bepaald op 58;
in geval verblijf wordt gehouden in hotels en pensions wordt bepaald op 203;
**2..** ingeval verblijf wordt gehouden op een terrein met meer dan honderd vakantie-onderkomens wordt het aantal overnachtingen per onderkomen bepaald op:
603 indien het aantal slaapplaatsen vier of minder bedraagt;
741 indien het aantal slaapplaatsen vijf of zes bedraagt;
881 indien het aantal slaapplaatsen meer dan zes bedraagt;
**3..** ingeval verblijf wordt gehouden op een terrein met honderd of minder vakantieonderkomens wordt het aantal overnachtingen per onderkomen bepaald op:
254 indien het aantal slaapplaatsen vier of minder bedraagt;
366 indien het aantal slaapplaatsen vijf of zes bedraagt;
464 indien het aantal slaapplaatsen meer dan zes bedraagt.
**4..** Voor toepassing van het eerste lid wordt het aantal kampeermiddelen bepaald op het aantal vaste standplaatsen op 1 januari van het belastingjaar.
**5..** Voor de toepassing van het eerste lid worden niet als afzonderlijk onderkomen aangemerkt slaaptentjes van kinderen, welke tentjes behoren bij onderkomens of vakantiehuisjes, waarin gelijktijdig ouders of verzorgers van die kinderen overnachten.
Artikel 6
Opteren voor forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2025