Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Monumentenverordening Amsterdam 2005

Deze verordening verstaat onder: archeologisch monument: monument, bedoeld in onderdeel a, onder 2; gemeentelijk monument: onroerend monument, dat overeenkomstig de bepalingen van deze verordening als gemeentelijk monument is aangewezen; gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk monument aangewezen zaken; beschermd rijksmonument: onroerend monument, dat is ingeschreven in de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers; Commissie voor Welstand en Monumenten: de commissie als bedoeld in de Verordening op de Commissie voor Welstand en Monumenten Amsterdam 2005, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 21 december 2005, nr. 286/722; adviescommissie monumentenzorg: een door de gemeenteraad en het college ingestelde commissie met als taak het college en de gemeenteraad op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, deze verordening en het monumentenbeleid, met uitzondering van aanvragen om vergunning als bedoeld in artikelen 11 en 37 van de Monumentenwet 1988 en als bedoeld in artikel 10 van deze verordening; bouwhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische kwaliteit van een monument; de Monumentenverordening Binnenstad Amsterdam 1995: de Monumentenverordening Binnenstad Amsterdam 1995, zoals vastgesteld bij besluit van de raad van 4 oktober 1995, nr. 521, in werking getreden op 1 juli 1996 (Gemeenteblad 1996, afd. 3, volgn. 34) en gewijzigd bij raadsbesluit van 19 juli 2000, nr. 478 (Gemeenteblad 2000, afd. 3, volgn. 86). monument: 1.. zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde; 2.. terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak als bedoeld onder 1;

Rechtspraak bij dit artikel