Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 14

Intrekken van de vergunning

Onderdeel van Monumentenverordening Amsterdam 2005

1.. De vergunning kan door het college worden ingetrokken indien: blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; blijkt dat de vergunninghouder de aan de vergunning verbonden voorschriften niet naleeft; de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het behoud van de monumentale waarden zwaarder dient te wegen; niet binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de vergunning gebruik wordt gemaakt dan wel de werkzaamheden waarvoor de vergunning is verleend langer dan 26 weken hebben stilgelegen. 2.. Het besluit tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de Commissie voor Welstand en Monumenten.

Rechtspraak bij dit artikel