Indien het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester mandaat verleent ten aanzien van de uitoefening van een bevoegdheid, geschiedt deze verlening in de ruimste zin des woords, onverminderd het bepaalde in artikel 4.
Naast het nemen van besluiten wordt hieronder dan ook mede verstaan:
Het nemen van alle voorbereidingsbesluiten en het verrichten van voorbereidingshandelingen;
Verdagen, opschorten en/of uitstellen;
Het nemen van beslissingen in het kader van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen als bedoeld in de Awb (verlenging, verdaging, opschorting, etc, met uitzondering van dwangsombeschikking);
Het intrekken van besluiten (niet in het kader van bestuurlijke handhaving);
Het uitreiken van bewijs van ontvangst van aanvragen etc;
Het vaststellen van formulieren voor het indienen van aanvragen;
Verzoeken om aanvullende informatie;
Verzoeken tot kosteloze advisering aan derden (politie, brandweer, nutsbedrijven, Rijksdiensten, etc);
Het voeren van correspondentie die direct te maken heeft met de opgedragen taken;
Het stellen van nadere voorwaarden;
Het toekennen een verzoek tot betaling in termijnen;
Het toekennen van voorschotten;
Het afleggen van verantwoording aan het Rijk;
Het toezenden of bekendmaken van besluiten/beschikkingen aan instanties, daar waar de verplichting daartoe in de wetgeving is opgenomen;
Alle andere besluiten die genomen moeten worden, en alle andere handelingen die moeten worden verricht binnen de verleende bevoegdheid;
Waar de bevoegdheid is verleend tot het besluiten en verrichten van een privaatrechtelijke rechtshandeling, wordt daarmee ook de bevoegdheid verleend tot opzegging van die overeenkomst, alsmede tot de eerste bewaking van de uitvoering van die rechtshandeling, waartoe een ingebrekestelling wordt gerekend.
De bevoegdheid tot het voeren van uitvoeringscorrespondentie en het verstrekken van informatie voor niet-gemandateerde bevoegdheden worden bij mandaat opgedragen aan alle ambtelijke functionarissen, voor zover een relatie hebbend met hun functie en geen nieuwe rechtsverhoudingen worden geschapen.