Voor dringende uitgaven voor activiteiten die onuitstelbaar, onvoorzienbaar en onontkoombaar (3O’s) zijn en waarvoor geen budget beschikbaar is danwel geen ruimte aanwezig is binnen de beschikbaar gestelde budgetten, wordt in overleg met de concern-budgethouder een voorstel gedaan aan de raad voor het beschikbaar stellen van deze extra middelen.
In geval van calamiteiten is de budgethouder, enkel na instemming van de hoofdbudgethouder en de portefeuillehouder en met inachtneming van artikel 10 lid 3 bevoegd een verplichting aan te gaan dan wel een uitgave te doen zonder dat hiervoor een (toereikend) budget door de raad beschikbaar is gesteld. Vervolgens wordt hierover schriftelijk gerapporteerd aan het college door de hoofdbudgethouder en wordt de raad bij het eerstvolgende formele moment in de P&C-cyclus geïnformeerd.