Voor de berekening van het binnenhavengeld:
wordt het laadvermogen van het vaartuig uitgedrukt in het aantal tonnen, zoals dat blijkt uit een bij het vaartuig behorende geldige meetbrief;
wordt als aantal m² aangemerkt, de hoeveelheid ingenomen wateroppervlakte; zijnde de grootste lengte maal de grootste breedte, zoals dat blijkt uit een bij het vaartuig behorende geldige meetbrief;
wordt, indien het vaartuig kennelijk niet meer overeenkomstig de oorspronkelijke bestemming wordt gebruikt of van soort is veranderd, voor de toepassing van de tabel uitgegaan van de feitelijke omstandigheden;
indien de in onderdeel a en b bedoelde meetbrief niet wordt overgelegd of indien deze de vereiste gegevens niet vermeldt wordt het laadvermogen in tonnen dan wel de grootste breedte en/of de lengte over alles ambtshalve vastgesteld.
wordt de termijn steeds op de kortste van de in de tabel voor het desbetreffende soort vaartuig genoemde termijn gesteld, tenzij voor een langere termijn aangifte is gedaan.
wordt het aantal keren afmeren van het vaartuig met het kennelijke doel mensen aan boord te nemen, dan wel van boord te laten gaan, vastgesteld bij rondvaartboten. De maximale verblijfsduur langsheen de kade is 2 uur per keer.
Artikel 4.
Heffingsgrondslagen
Onderdeel van VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN BINNENHAVENGELD VLISSINGEN 2025