(Jeugdwet l Wmo l Pw l IOAW l IOAZ l Wgs)
De gemeente bespreekt met de inwoner de hulpvraag en welk effect hij wil bereiken. De gemeente onderzoekt dit op de volgende manier:
De gemeente stelt eerst vast wat de hulpvraag van de inwoner is.
De gemeente stelt hierna vast welke problemen, beperkingen en (on)mogelijkheden er precies zijn die belangrijk zijn voor het beoordelen van de hulpvraag.
De gemeente brengt in kaart welke hulp nodig is.
De gemeente onderzoekt wat de inwoner zelf kan doen om het probleem op te lossen (eigen kracht), al dan niet met gebruikelijke hulp, met hulp van anderen uit het sociale netwerk of van andere organisaties, of met andere voorzieningen.
De gemeente bepaalt welke aanvullende hulp nodig is om het probleem op te lossen en het gewenste effect te bereiken.
De gemeente informeert de inwoner over de mogelijkheden van de gemeente om de persoonlijke situatie van de inwoner te verbeteren. Het kan zijn dat er meer dan één gesprek nodig is om de situatie van de inwoner helemaal duidelijk te krijgen.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.6
Gesprek en onderzoek
Onderdeel van Verordening sociaal domein gemeente Horst aan de Maas