(Wmo l Pw l IOAW l IOAZ l Gemeentewet l Awb)
De inwoner die hulp van de gemeente krijgt, ontvangt hulp in de vorm van geld, als dat in de wet of in deze verordening zo is bepaald. Hulp in de vorm van geld hoeft meestal niet terugbetaald te worden (‘om niet’). Alleen als in de wet, in deze verordening of in andere gemeentelijke regels anders is bepaald, dan moet het geld wel worden terugbetaald.
De betaling wordt gedaan op het bankrekeningnummer dat de inwoner heeft doorgegeven, tenzij het doel van de betaling alleen op een andere manier kan worden bereikt. Dan kan de gemeente het geld op een andere manier, in een andere vorm of aan een andere persoon/organisatie betalen. Bijvoorbeeld een betaling aan een leverancier of een betaling in contant geld, als de inwoner geen bankrekening heeft.
De gemeente kan beslissen om het geld niet te betalen, maar te verrekenen met een bedrag dat de inwoner moet terugbetalen (vordering), als dit volgens de wettelijke regels kan. Het moet gaan om een vordering op grond van een van de wetten waarop deze verordening is gebaseerd. De gemeente toetst daarbij of dit verantwoord kan en de hulpbehoefte van de inwoner niet vergroot.
De gemeente kan een besluit nemen om betalingen te doen, zonder dat de inwoner daar met een brief over wordt geïnformeerd. De gemeente stelt de inwoner dan persoonlijk, telefonisch of via de mail op de hoogte van het betalingsbesluit.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.2
Hulp in geld
Onderdeel van Verordening sociaal domein gemeente Horst aan de Maas