De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering van een inwoner die te weinig beseft dat hij zelf verantwoordelijk is voor zijn eigen levensonderhoud. Door dat gedrag heeft de inwoner eerder, meer of langer uitkering nodig, dan als de inwoner zich verantwoordelijk had gedragen. De gemeente is daardoor benadeeld. De verlaging hangt af van het bedrag dat de gemeente meer of eerder heeft uitbetaald dan nodig was.
De verlaging duurt een maand en is:
10% van de uitkeringsnorm, bij een benadelingsbedrag tot € 1.000;
20% van de uitkeringsnorm, bij een benadelingsbedrag vanaf € 1.000 tot € 2.000;
40% van de uitkeringsnorm, bij een benadelingsbedrag vanaf € 2.000 tot € 4.000;
100% van de uitkeringsnorm, bij een benadelingsbedrag vanaf € 4.000;
20% van de uitkeringsnorm, als het benadelingsbedrag niet kan worden vastgesteld.
In afwijking van het bepaalde in punt 2 kan de verlaging als bedoeld in punt 1 worden vastgesteld op 100% gedurende 1 maand, als sprake is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.
De bijzondere bijstand kan geheel of gedeeltelijk worden geweigerd bij tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.
Hoofdstuk 7.
Artikel 7.3.9
Te weinig besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Verordening sociaal domein gemeente Horst aan de Maas